datum: 13 november 2011
Ogen die mij zoeken,
volgen - tot hoever.
Ik ga een bocht om
waar geen licht komt
geen hand mij vastgrijpt
geen oor mijn stem herkent
geen stem mij groet
geen naam mij past
tot waar geen mens is
tot waar geen god is.
Ogen die mij zien
die mij aanzien, daar.
(Huub Oosterhuis)
De boom van groot verdriet
is niet de laatste horizon
Zij wijst ons naar die einder
waaraan de levensboom verschijnt:
Jezus -Messias
diepste droom van ons ervaren
Gij ademt ons verdriet
tot vreugde-tranen
Gij overleeft de dood
tot in de God-van-ons-bestaan.
Gij, in vreugde levend voor Gods Aangezicht
doet delen ons in Volmaakte Blijdschap.
Gij komt onze tranen drogen
door hen, die ons zijn voorgegaan.
Vanuit uw licht zien zij ons aan
met de liefste glimlach van hun ogen.
Gij raakt ons innig aan
Gij doet ons opstaan, LEVEN.
(Frans Blaauw)
Waar de wegen zich splitsen
zie ik je gaan.
Tot morgen. Wij scheiden
maar in schijn.
Voorbij de pijn zijn wij geborgen
als druppels in dezelfde oceaan.
(Hein Stufkens)
ik sterf
zoals ik leefde
opstandig
of
gerust
verleden
wordt
tot heden
oneindig diep
bewust
het zoeklicht
der genade
legt
heel mijn wezen
bloot
wat goed was
en
het kwade
wordt tastbaar
in de dood
de kern
van
alle dingen
is liefde
zonder grens
voor U
Heer
wil ik zingen
dit is
mijn laatste wens...
(Wim Schobre)
Ik denk de echte
dood is zo licht
als een veertje
dat je
wegblaast in een lucht
bol van zon
en dat schommelend verdwijnt
in het licht dat schijnt
alsof er in de verste verte
nooit een eind aan komt.
(Hans Andreus)
Naam, die trouw blijft,
Ik-zal-er-zijn
voor ieder mens,
treurend om afscheid en verlies
door de dood
door ziekte
door verwijdering
Laten we de namen noemen
van wie heengingen
door de poort van de dood,
of door een verre levensweg.
Ik wil een kaars aansteken
voor al die mensen
die ooit hier in de Ekklesia kwamen,
maar die zijn heengegaan
op andere levenspaden.
Dat Zijn Naam over hen mag lichten.
Ik wil een kaars aansteken voor Anna Böhm
een vriendin die dit jaar is overleden.
Ik wil een kaars aansteken voor Tom Heijl
een collega die maandag j.l. is overleden.
Keer je niet af,
ontferm je,
louterend vuur,
louterende liefde.
Laat je nu vinden, Liefde,
Keer je niet af.
Licht in het licht,
Gij gaat mee op onze levensweg.
Welke weg wij ook gaan,
aarzelend zoekend: is dit mijn weg?
meegevoerd in de stroom: welke weg?
vol vreugde: Hoe mooi!
Of verdriet: Och, kon ik weerom.
Wij denken aan hen
die met ons zijn geweest,
en die zijn gestorven,
of uit ons leven zijn verdwenen.
Wij koesteren nog de liefde die er was,
maar dragen ook de last van verdriet,
van menselijk tekort en falen.
Laat ons voelen,
Dat onze aandacht hen verwarmt,
dat zij ons nabij zijn en willen steunen,
dat in het licht Gij ons nabij zijt,
dat de liefde ons draagt.
Wij breken het brood,
en delen het met iedereen,
die het met ons wil breken en delen.
Want Hij die met ons is,
leert ons het leven te delen,
leert ons te vertrouwen.
Wij delen de wijn,
met iedereen,
die hieraan deel wil nemen.
Want Hij die met ons meeleeft,
leert ons mee te leven
met de arme en het kind.
Wie wil mag komen, zegt Hij,
eten van zijn brood des levens.
Wie wil mag komen, zegt Hij,
drinken uit zijn bron van levend water.