Pinksteren


datum: 23 mei 2010

Inleiding

Vandaag vieren we Pinksteren. 

In Handelingen 2 - we zullen er een stuk uit lezen - wordt verteld dat de discipelen bijeen waren en dat toen plotseling als in een stormwind tongen van vuur op hen neerdaalden en dat zij in tongen spraken. De mensen die daar waren - mensen afkomstig uit allerlei landstreken uit het hele Midden Oosten verbaasden zich erover dat zij de discipelen konden verstaan. 

Petrus hield daarop een vlammend betoog over Jezus en aan het einde van de dag lieten 3000 mensen zich dopen. Dat stuk lezen wij vandaag niet - misschien is dat voor ons kleine ekklesiagroepje te confronterend. 

De overweging zal vandaag bestaan uit drie stukken, drie vlammen hebben we ze genoemd.
In de eerste vlam vertel ik wat over het Pinksterfeest in het oude en het nieuwe testament. Mirjam leende me het boekje Pasen en Pinksteren op één dag, dat - in elk geval voor mij - een verrassende kijk op Pinksteren geeft. 

De tweede vlam is van Huub Oosterhuis. We lezen zijn lied 'Naam uit het vuur'. 

In de derde vlam zal Mirjam het laatste deel van de schriftlezing onder de loep nemen. Wat is er nodig voor 'goed verstaan'? Wanneer ben je het best verstaanbaar? Ik hoop dat we elkaar goed verstaan vandaag, en dat we in elkaar het vuur brandend houden, dat we aanstekelijk zijn.

Vlam 1

Toen de dag van Pinksteren aanbrak waren zij allen op één plaats bijeen, staat er in Handelingen 2.
Bestond Pinksteren dan al? - ik dacht altijd dat Pinksteren juist het feest was van de uitstorting van de Heilige Geest? Dan kon er toen nog geen Pinksterfeest zijn, toch? 

Maar Pinksteren bleek ook toen al een eeuwenoud feest.
Oorspronkelijk was het net als Pasen een oogstfeest.
Op Pasen, Pesach, vierden de Joden het begin van de oogst van het gerst, de graansoort die het eerst rijp is. Zeven weken later wordt het Wekenfeest gevierd, in het Hebreeuws Sjavoeot genaamd, bij het begin van de tarweoogst.
In Exodus 34, vers 22 vind je er een verwijzing naar: 'vier ook het Wekenfeest, aan het begin van de tarweoogst', staat er. 

Na de uittocht uit Egypte kregen Pesach en het Wekenfeest een nieuwe betekenis, de betekenis die ze voor de Joden nog steeds hebben.
Met Pesach vieren de Joden hun bevrijding uit Egypte, met het Wekenfeest vieren ze dat ze van God de Wet ontvingen, de tien geboden. 

In de hoofdstukken 19-34 van het boek Exodus staat het uitvoerig beschreven. De berg Sinaï was in vuur en rook gehuld toen God erop neerdaalde om de wet aan Mozes te overhandigen. En toen Mozes de berg afdaalde glansde zijn gezicht, omdat hij met God gesproken had. Gods vuur straalde op hem af. 

Nog elk jaar vieren de Joden het ontvangen van de Wet, elk jaar ook wordt dan in de met bloemen versierde synagoge het boek Ruth gelezen, dat nog steeds verwijst naar het karakter van oogstfeest. Ruth die ging aren lezen. 

Toen Grieks in het Middellandse Zeegebied de handelstaal werd, werd het Wekenfeest ook wel met de Griekse naam Pentekoste aangeduid, in het Nederlands verbasterd tot Pinksteren. Pentekoste het Griekse woord voor 50, omdat het Wekenfeest 7 weken = 50 dagen na Pasen wordt gevierd. 

Toen de discipelen bijeenwaren om voor het eerst zonder Jezus Sjavoeot - Pinksteren - te vieren, was er plotseling een stormvlaag en vurige tongen daalden op hen neer. Zoals God tijdens de uittocht van de Joden in vuur en rook naar de Sinaï kwam, zo daalde vuur nu neer op de discipelen. Gods geest nam bezit van hen. Zij spraken voor iedereen duidelijke taal. Die na mij kont zal u met vuur dopen, had Johannes de Doper gezegd.

En zo kreeg Pinksteren voor de Jezusaanhangers opnieuw een andere betekenis. Van oogstfeest, daarna feest van het ontvangen van de tien geboden, werd het nu het feest van het ontvangen van de geest. 

Vuur, het staat in de Bijbel vaak symbool voor het Goddelijke - op de Sinaï, maar ook in de brandende doornstruik waar Mozes zijn opdracht kreeg, en gedurende die hele tocht door de woestijn: toen was er overdag de wolk van God voor het volk uit, en 's nachts gaf een vuur de aanwezigheid van God aan. Ik zal er zijn. 

En het Goddelijk vuur kan mensen aansteken.
Het gezicht van Mozes lichtte op, de vurige vlammen begeesterden de discipelen. Zodat zij dingen konden die niemand voor mogelijk had gehouden. 

Vuur is krachtig, het kan je verwarmen, het geeft licht, het is aanstekelijk - maar het is ook gevaarlijk zei Cees in de voorbereiding, het kan zich tegen je keren en je verteren. 

Voor hem ga ik door het vuur, dachten de discipelen van Jezus, toen hij nog leefde. Petrus zei het hardop.
Maar op die ene nacht -bemerkte hij tot zijn afgrijzen dat hij niet durfde. Toen kwam de duisternis van de dood - alles voorbij; het vuur gedoofd voor altijd. 

Daarna kwam het besef: hij is niet dood, hij leeft. Ze vertelden het elkaar maar konden het niet geloven. En op die Pinksterdag nam het vuur opnieuw bezit van hen, misschien wel heftiger dan ooit. De vlam die kwijnde was weer opgelaaid. Ze konden op eigen benen verder, bezield, in vuur en vlam, omdat het vuur van Hem bezit van hen had genomen. 

Moge het pinkstervuur ook ons in vuur en vlam zetten.

Vlam 2

Naam uit het vuur, een lied van Huub Oosterhuis, over Pasen en Pinksteren, over dood en over visioen, over god en mensen. We zingen vandaag niet, maar concentreren ons op de tekst. Luister.... 

Naam uit het vuur, één eeuwig, Hij alleen,
riep, smeekte, dreigde, zweeg.
Riep weer om antwoord.
Roept water uit de rots, slaat vuur uit steen. 

En weer zijn stem - een lichtval uit de wolken.
Tien woorden licht. Daar stonden wij,
nog krom van slavernij, de minste van de volken. 

Een hand van stormwind werd ons opgelegd.
Vuurtongen stonden boven onze hoofden.
Een ander leven werd ons aangezegd. 

Van toen af dragers van een visioen
leerden wij, dood na dood opnieuw geboren,
verlangen naar zijn woord en het te doen. 

Er kwam een dag die niets dan einde was.
Van God verlaten hingen wij aan kruisen,
het visioen verwaaid, als stof en as. 

De wereld draaide verder, dood na dood.
Een kuil vol knoken. Doorkraste namen.
Na vijftig dagen kwam de ademstoot. 

Die schikte onze stukken weer tot een;
blies onbevlekte huid over ons heen.
De Naam riep, Mensenkind, sta op je voeten. 

Daar stonden wij, om nu voorgoed te gaan
tot aan de verste randen van de aarde
en daar zijn woord te doen, wat moet gedaan. 

Adem van onbegonnen nieuw begin,
heilige stormwind, laat niet af, doorvuur ons.
Spreek moed, volharding, wijsheid, vrede in.

Vlam 3

1.
‘En plotseling kregen ze de geest
En ze begonnen in verschillende talen te spreken
En mensen uit allerlei landen verstonden hen.’ 

De toren van Babel omgekeerd: Opeens verstonden mensen elkaar. 

We horen elkaar vaak wel, maar verstaan we elkaar ook? 

2.
Wat is daar voor nodig – goed verstaan?
Wanneer ben je het best verstaanbaar?
Als je ‘de geest hebt gekregen’, vertelt het verhaal uit Handelingen.
Als je met vuur vertelt over waar je in gelooft, waar je voor staat.
En als je aansluit bij je gehoor. 

De mensen die zich die dag rond de leerlingen verzameld hadden –
Misschien hadden ze al van Jezus gehoord.
Een bijzondere man, een aansprekende boodschap.
Misschien waren ze al nieuwsgierig.
En nu stonden daar 12 mensen van de daken te schreeuwen dat hij meer was dan dat –
Dat zijn verhaal een nieuw begin kan betekenen voor iedereen die dat durft te geloven. 

Het resultaat: mensen verstonden elkaar.
Herkenden ze hun eigen verlangen naar een andere wereld, naar nieuwe mogelijkheden?
De woorden van de 12 zetten hun in beweging: ‘Wat moeten we doen?’, vragen ze Petrus. 

3.
Het kan ook verschrikkelijk mis gaan met begeesterde woorden.
Mensen die elkaar vinden in denkbeelden waarmee ze torens van angst en of van grootheidswaanzin bouwen.
Het verhaal van de toren van Babel lijkt daarover te vertellen.
Maar het vertelt ons vervolgens ook dat zulke structuren uiteindelijk geen stand houden.
Het resultaat is verdeeldheid – mensen die elkaar niet meer begrijpen. 

De woorden van de Geest, vertelt Pinksteren, doen het omgekeerde:
Ze maken vrij, ze waaien mensen open. 

4.
Woorden die mensen open maken voor elkaar.
Woorden die mensen samenvoegen in plaats van verdelen.
Woorden die raken aan onze hoop op een wereld van gerechtigheid en vrede.
Woorden die uitnodigen om op te staan en opnieuw te beginnen. 

Je vindt ze op allerlei plekken, zulke woorden. 

Soms in een kerk. 

Soms in een lied – van Oosterhuis of van een strijdkoor. 

Soms heel groot, in historische toespraken – ‘I have a dream’ 

Soms ook juist klein: een welgemeend excuus dat de teleurstelling weg doet smelten en een relatie weer openbreekt voor een nieuw begin. 

5.
Het vereist vaak wel durf om zulke woorden uit te spreken. 

Je maakt je kwetsbaar. 

Je laat zien waar je staat. 

En sommige mensen verklaren je voor gek. 

Een dromer. 

Een clubje dronkaards. 

Maar kinderen en dronkaards vertellen de waarheid, toch?
En wie met beide benen op de grond blijft staan, komt niet ver – zegt Loesje. 

Ik wens ons de durf om te blijven geloven in een nieuw begin.
Ik wens ons de moed om op onze eigen manier naar woorden te zoeken die dat verklanken.
En ik wens ons vonken van de Geest, die onze pogingen kan uittillen tot ver boven onze eigen verwachtingen.

Voor breken en delen

Laten wij dan nu een tafel van Een vormen.

Een tafel om te delen in de herinnering aan het inspirerende verhaal over Jezus, die ook wel ‘Levensbrood’ of ‘Wijnstok’ genoemd wordt.

Een tafel om te delen en te vieren dat wij elkaar, vandaag en hier, gegeven zijn om elkaars vlammen te helpen oplaaien

En een tafel om te delen in ons verlangen naar een toekomst waarin alle mensen hun brood in vrede breken voor elkaar.
----------------------