Amnestyviering 'Ik zal er zijn'


datum: 25 april 2010

Inleiding

Elk jaar bereidt ons Amnesty-schrijfgroepje een viering voor. Vorig jaar hebben we de verklaring van de rechten van de mens aan de orde gesteld - die was toen 60 jaar geleden opgesteld.

Vandaag sluiten we aan bij het jaarthema 'Ik zal er zijn'. 
Het zal in deze viering gaan over het gesprek tussen Mozes en God, daar bij die brandende struik in de woestijn, en over mensen die de naam 'Ik zal er zijn' in/met hun leven waar maken; de mensen voor wie we maandelijks de Amnesty-brieven schrijven.

Lezing: Exodus 3: 1-14

Overweging: Ik zal er zijn

Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader. Op een dag ging hij kijken naar een struik die in brand stond, maar toch niet verteerde. Toen sprak God hem aan. Hij moest het volk Israël uit Egypte leiden naar een ander land, een goed land. 

Als ik Mozes was, had ik zeker gedacht: 'was ik maar niet gaan kijken naar die brandende struik. Was ik maar bij de kudde van mijn schoonvader gebleven. Dan had ik mij al die ellende niet op de hals gehaald.' Want het is geen pretje om uitgekozen te worden voor de taak het volk Israël te bevrijden uit Egypte.' 

Mozes heeft zich er dan ook lang tegen verzet. In Exodus is er bijna een heel hoofdstuk aan gewijd. We hebben er vandaag maar een klein stuk van gelezen. 

Wat voor argumenten voerde Mozes aan? 

Zou er echt zo'n gesprek hebben plaats gevonden tussen God en Mozes? Ik denk dat het een weergave is van de innerlijke strijd die Mozes voerde:

Het brandt in hem, maar verteert hem niet.
Hij durft, na lang aarzelen, naar farao te gaan, omdat hij het onrecht niet langer kan aanzien en daardoor zijn angst overwint,
omdat hij beseft, dat iemand toch het initiatief moet nemen, desnoods hij maar, als er echt geen ander is,
omdat hij voelt dat hij er niet alleen voor staat, dat hij zich gedragen weet door iets of iemand; iemand, die betrouwbaar is, waar je van op aan kunt,
omdat hij hoopt dat anderen, zoals Aäron hem kunnen helpen.

Door dat alles besluit hij die moeilijke, misschien wel onmogelijke, taak op zich te nemen. En als hij dat besluit genomen heeft loopt hij niet weg voor de moeilijkheden, ondanks al zijn twijfels. Hij heeft met zijn leven aangetoond wat het betekent ‘ik zal er zijn’.

De taak was niets gemakkelijker dan hij vreesde, maar hij heeft het volgehouden, omdat iemand het moest doen, en omdat hij zich gedragen voelde door zijn god. 

Ik denk dat de kern van religie is, dat je wordt uitgetild boven jezelf, omdat je je gedragen voelt. Dat je je gedraagt zoals je bedoeld bent. Dat je er zijn zal voor de ander, dat je betrouwbaar bent. Mozes voelde zich gedragen en hij heeft op zijn beurt het volk Israël gedragen op de uittocht uit Egypte.

Het Braziliaanse Rio de Janeiro is een geweldige stad. Het ligt aan een sprookjesachtige baai, heeft prachtige standen, prachtig weer, en wie heeft niet gehoord van het carnaval van Rio? Maar het is ook een uiterst gewelddadige stad, waar in de vele favella's - sloppenwijken - de milities heer en meester zijn. Die milities zijn onofficiële gewapende groepen, die in burger opereren, en aanvankelijk streden tegen de drugshandel. Nu zijn ze zelf een bron van afpersing en geweld. Elke dag worden in Rio drie tot vijf mensen vermoord door de milities en de drugsmaffia. 
In het Amnesty-blad 'Wordt vervolgd' werden onlangs twee mensenrechtenactivisten geïnterviewd die de criminele activiteiten van de milities daar aan de kaak stelden. Zij worden bijna dagelijks bedreigd en kunnen niet meer zonder lijfwacht over straat, ze kunnen niet gewoon naar het strand of hun kinderen naar school brengen.
'Waarom zetten jullie de strijd toch voort? Is dat het allemaal wel waard?' was de vraag van de verslaggeefster.
‘Wij voelen ons verplicht om tegen de praktijken van de milities in te gaan. En bovendien, wie moet het anders doen?' was hun antwoord.
Dat verbindt hen en vele anderen voor wie wij elke maand de Amnesty-brieven schrijven met de naam 'Ik zal er zijn'. 

Vandaag wil ons Amnesty-groepje  enkelen van hen aan jullie voorstellen, de mensen voor wie wij deze maand de amnesty-brieven schrijven. 

De eerste is Dhonhop Wangchen, filmmaker in China. Hij stamt uit Tibet dat door China in 1950 is ingelijfd. China beloofde in de aanloop naar de Olympische spelen van 2008 meer vrijheid voor Tibetanen. Wangchen filmde een aantal Tibetanen die hierover sceptisch waren. De documentaire met de toepasselijke naam ‘Leaving fear behind’ werd naar Zwitserland gesmokkeld en daar gemonteerd. Op 26 maart 2008 werd Wangchen gearresteerd en tot 6 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens aanzetten tot separatisme. Hij vertelde zijn neef door de telefoon dat hij is gemarteld. 

De tweede betreft de mensen van Generation Wave.
Generation Wave werd in Myanmar opgericht als reactie op de gewelddadigheden in het najjaar van 2007. Bij geweldloze demonstraties voor democratie werden toen door het militaire regiem massale arrestaties verricht en velen werden vermoord.
Generation Wave mobiliseert jonge mensen om geweldloos te protesteren tegen het militaire regiem. Een van de leiders, Zayar Thaw, is opgepakt en op 20 november 2008 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. 

Tenslotte stellen we jullie voor de Zimbabwaanse vrouwenrechtenorganisatie Women of Zimbabwe Arise, afgekort tot WOZA. WOZA-leden krijgen voortdurend te maken met arrestatie, intimidatie en mishandeling door de politie. Drieduizend leden hebben inmiddels kortere of langere tijd in de politiecel gezeten. De arrestaties vinden steeds plaats tijdens vreedzame demonstraties. Ook zwangere vrouwen en kinderen worden zonder pardon vastgezet, maar de vrouwen blijven doorgaan. Tegen twee van hun leiders loopt een rechtszaak. Zij kunnen vijf jaar gevangenisstraf krijgen. 

Er zijn voor anderen, betrouwbaar zijn, ook als het zwaar is, of gevaarlijk. Kunnen we dat? 

In onze beste momenten kunnen we dat. Sommigen van ons kunnen het, ik heb vandaag enkelen genoemd. Hun namen noemen we aan elkaar en stellen we elkaar ten voorbeeld. 

Soms lukt het niet. Moeten we ons, moet ik mij schuldig voelen als het niet lukt? Nee dat heeft geen zin. Als we maar onthouden dat wij, jullie en ik, gemaakt zijn om er voor de ander te zijn, om betrouwbaar te zijn, om vol te houden ook als het lang duurt of gevaarlijk wordt.
Als we maar onthouden dat wij, jullie en ik, gedragen worden om te dragen.
Als we dat maar aan elkaar doorvertellen. Dan lukt het een volgende keer wel: dan laten we ons, dan laat ik me leiden door die brandende struik als ik die ik in me voel branden. 

Laat het zo zijn.