datum: 11 april 2010
Buber en Werkman
Vandaag een viering rond een verhaal uit de chassidische traditie: een verhaal dat zich beweegt op een haast mystiek terrein.
Martin Buber heeft zijn leven voor een groot deel gewijd aan de studie van het chassidisme. De oorsprong van het chassidisme is het vertrouwenwekkende optimistische geloof van de eenvoudige mens in Polen, in de eerste helft van de 18e eeuw. De verhalen gaan over Baal Schem-Tow (hij die Gods naam op een goede manier gebruikt). In een uiterst moeilijke tijd gaf hij mensen vertrouwen in zichzelf en in hun geloof. De verhalen en legenden heeft Martin Buber bewaard, naverteld en uiteengezet.
Hendrik Werkman werd met deze vertellingen van Buber in contact gebracht door zijn vriend August Henkel. Hij werd er diep door geraakt. Hij heeft de verhalen met zich meegedragen in een – in de oorlogsjaren - openlijk beleden solidariteit met de joodse landgenoten, hij stierf als een chassied, zijn laatste daad was het doorgeven van de verhalen aan zijn celgenoten, zijn dood was een rechtstreeks gevolg van zijn identificatie met de jood. Na een aantal vieringen vanuit het boek: de weg van de mens vandaag een beeld en een verhaal: een chassidisch verhaal, verteld door Buber en verbeeld door Werkman.
Vorige viering:
de schat en de dans, kijken met de ogen van de ziel
De vorige viering stond centraal het waarderen van de schat in het
eigen huis, het voelen van je eigen heilige grond en het verhaal van
het dansende oude echtpaar. De levenskunst om te dansen omdat je brood
hebt tijdens de sabbathviering. De kunst om te genieten van wat er op
dat moment is. Die vreugde om het cadeau van de blijdschap helemaal uit
te pakken haalde Bert aan in zijn eigen ervaring. Verhaal Maurits.
We gedachten ook Jezus, zittend op het ezeltje, luisterend naar het
Hosanna, wetend van zijn weg naar gethsemane en toch: liet hij de
mensen hun blijdschap beleven. Hij nam alles in ogenschouw, zag de
blijdschap, zag ook de handel in de tempel en op zijn tijd keerde zich
met zijn vrienden naar Bethanie. Tijdens de paasviering vroegen de twee
pubers aan ons: wanneer voelde je dat God er was. Ik vond dat wel een
moeilijke vraag. Op een gegeven moment gaf Metha antwoord en ik zag
haar buurvrouw naar haar kijken. Er gebeuren op zo’n moment eigenlijk
drie dingen.
1. Er is een ruimte waarin dingen kunnen gebeuren. 2. Er zijn jonge
mensen die een vraag stellen en zo een sfeer neerzetten waarin mensen
in staat gesteld worden om te delen. Dan, het derde: iemand kijkt heel
lief naar een ander. Dan voel ik me ontroerd en ik vind dat iets van
die Ene Vandaag het bijzondere van horen, echt horen met de oren van de
ziel
De roep van de aarde: horen met de oren van de ziel
Vandaag de vraag wat en waar is dat koninkrijk? Waar zijn wij in ballingschap en Waar horen wij thuis? Kunnen wij het enerzijds uithouden om echt te zien wat er is in de zwaarte van het leven, in de haagse samenleving waar de PVV tweede partij is? Waar wijken als de schilderswijk, Spoorwijk, Transvaal worden afgeschilderd als vreselijke wijken waar zwaar in veiligheid moet worden geïnvesteerd. Maar ook: kunnen wij de vreugde van de momenten helemaal “uitpakken”als zij zich aandienen? Er bij blijven, HIER en NU. afzien van een vlucht naar…. Ja naar wat. We lezen het verhaal twee keer. Een keer een verhaal 'hogere honing' voor kinderen van Karel Deurloo en het mystieke verhaal van de Baal Shem: de roep van de aarde. Vervolgens nemen we tijd om de plaat te zien, een schildering van Hendrik Werkman
UIt het verhaal 'de dwaze bijen' dat is opgenomen in de bundel 'Een kind mag in het midden staan, exegetische vertelsels voor kleine oren', van Karel Deurlo.
De 'vader van Paulientje' vraagt de ík-persoon of hij een kast met bijen op zijn volkstuintje mag zetten. De ik-persoo stemt toe en vertelt dan aan Paulientje het volgende verhaal:
De nieuwe koningin van de korf noem ik Azura. Dat was een heel eigenwijs portret, zoal je wel zult merken. Ze had een flink stel mannetjes-werkbijen. Je vader heeft me geleerd die 'darren' moet noemen. Op drie van die darren was Azura zéér gesteld, omdat ze nite alleen in haar ogen de besten van het hele stel waren, maar ook omdat ze iets heel eigens hadden. De eerste dar noemde Azura Darius, omdat hij zo deftig was als een perzicsche koning. De tweede gaf ze de naam Darwin, want dat was een denkertje; die wist hoe het allemaal zo gekomen was. Maar de derde vond ze de leukstHij mocht Dartel heten, omdat hij zoveel fantasie had en op zo'n grappige manier al dansend vloog.
Toen ze in onze volkstuin stonden, zei Darwin die het eerste uit de korf naar buiiten kwam: 'Broeders, snuif deze geurige lucht diep op in uw longen, want dit is een uitstekende tuin.' Darwin zei bedachtzaam: 'Ik zie veel knoppen die zich tot bloemen zullen ontwikkelen. De toekomst ziet er goed uit.' Dartel galmde: 'Joepie, fantastisch! En moet je daar verderop die tuin van Kroon en van Eykman eens zien!'
Maar Azura had heel andere planne: 'Neen, geliefdde darren', sprak zij plechtig. 'Neus omhoog en hart naar boven. Hier beneden is het niet!'
Hè verdorie', reageerde Dartel, 'ik vind het net zo lollig hier. Dit is eens iets anders dan de tuin van Paulientjes vader in de stad tussen al die hoge muren. Het ruikt hier geel en goud van de honing.'
Azura trok een majesteitelijk gezicht alsof ze een troonrede hield en sprak: 'Dierbare darren, er is hógere honing. En hogere honing is blauw.' Het was inderdaad een prachtige nazmerdag, de lucht was azuurblauw. Dartel keek vol verbazing omhoog: 'Verrek, wat zit daar veel honing!' 'Zeker', zei de koningin, 'bloemen zijn maar laag bij de gronds. Hogere honing, daar gaat het om.'
Darwin trok een wat bedenkelijk gezicht: 'Als we dat willen halen, zullen we flink moeten oefenen. Steeds een stukje hoger proberen te vliegen, dan onze vleugels zich langzaam aanb. Dan worden we een nieuw soort bijen, de hogere-honing-bijen.'
Ze oefenden zich dagelijks. Het ging werkelijk steeds beter en na een week of twee meenden ze dat ze de tocht naar boven wel aan zouden kunnen. Azura speldde hun alvast een ridderorde op, toen ze hen voornaam zoemend uitgeleide deed. Daar vlogen ze, zo recht mogelijk omhoog. Dartel was de eerste die moe werd, want hij was veel te dartelig begonnen. Darius sprak hem kort maar deftig moed in: 'Flink zijn, doorvliegen, in naam van hare majesteit Azura.' Na een tijdje klonk er een aarzelend stemmetje van Darwin: 'Ik begin toch te twijfelen aan mijn theorie. Zoúden we wel sterkere vleugels gekregen hebben?' Darius antwoordde streng, kort maar deftig: 'Flink zijn, doorvliegen, in naam van hare majesteit.' Dartel probeerde de moed er in te houden door zoemend te zingen: 'Ik ruik de hogere honing al.'
Zo vlogen ze, uren, dagen, maanden... nee geen jaren, want na maanden begon het koud te worden. De blauwe lucht boven hen leek bikkelhard en er woei een ijzige oostenwind. De winter was vroeg ingevallen dat jaar. Dartel had zijn vrolijkheid verloren, Darwin vroeg zich af hoe lang hij nog fit zou blijven en Darius was als zijn deftigheid vergeten. Het weer sloeg om. Er kwamen donkere wolken opzetten. Ze kwamen er gedrieën in terecht en ze zijn er bevroren. Toen het ging sneeuwen dwarrelden ze onder de vlokken in onze volkstuin neer.
De
Baalschem-Tov dient overdag zijn mensen. Hij dient ze naar
best eer en geweten en uit liefde. Zijn werkelijkheid is die van het
ghetto, de gekneusde, misvormde levens, de armoede, het tekort, de
behoefte.
Ook is er een andere werkelijkheid voor deze rechtvaardige. Deze toffe mens. Een andere roep te midden van die beperking, die haast doorslaat naar de vervoering, het mateloze, onbegrensde extatische doorslaande godsverrukking waardoor de aarde wordt vergeten. De aarde, de plek waar de schepper de mens heeft geplaatst.op eigen heilige grond.
Hij ligt ’s nachts op zijn bed en hoort de roep van een andere werkelijkheid die trekt. De Baal ligt stil en uitgestrekt op bed, ogen dicht. Hij slaapt, maar ook waakt hij en gaat door het hele heelal. Hij zoekt een weg en vindt een weg tot hij op de hemelmuur stuit, de muur waar al het gans andere schuilgaat. In die zwarte duisternis klinkt een stem die hem aanmoedigt, lokt en voor een uiterste beslissing stelt: hier moet de keuze gemaakt worden: “spreek u los van de aarde en de muur zal zich voor je openen of …keer terug naar je bed, je huis, het ghetto, de plek waar je vandaan kwam, de plek vanwaar je vlucht startte. Een ogenblik is het stil. Dan spreekt de ziel en zegt: “ik spreek mij los van….”maar verder komt hij niet. Een vrouw op aarde heeft zich in een bedompt kamertje over haar slapende man gebogen en gezien hoe bleek hij was. En geroepen met een schreeuw: Ïsrael”. Deze stem is sneller dan de sterren, sneller dan de engelen, sneller dan wat dan ook in het hele heelal. Daar staat de stem achter die andere stem die bereid was haar extatisch verlangen uit te spreken en legt haar hand op diens schouder. Dan spreekt die stem niet verder. En keert terug met de arm om de hals van de bode die terugriep naar het gewone leven.
Want de liefde van een gewone vrouw in het gewone leven is meer dan de hemel. Hier hoort in de chassidische traditie de gehoorzaamheid, gehoorzaamheid tot leven waar de Ene de mens wil ontmoeten. Hier in het gewone leven. In het hier en nu van dit moment openbaart zich God als een arm om je hals, als een hand op je schouder als een lieve blik naar een buurvrouw.
---------------------