Witte donderdag
datum: 1 april 2010
Lezingen
Johannes 14: 15-31
[15] Als je mij liefhebt,
houd je dan aan mijn geboden. [16] Dan zal ik de Vader vragen jullie
een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: [17] de
Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet
hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in
jullie en zal in jullie blijven. [18] Ik laat jullie niet als wezen
achter, ik kom bij jullie terug. [19] Nog een korte tijd en de wereld
zal mij niet meer zien, maar jullie zullen mij wel zien, want ik leef
en ook jullie zullen leven. [20] Dan zul je begrijpen dat ik in mijn
Vader ben, dat jullie in mij zijn en dat ik in jullie ben. [21] Wie
mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij
liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij
aan hem bekendmaken.’ [22] Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan
Jezus: ‘Waarom zult u zich wel aan ons, maar niet aan de wereld
bekendmaken, Heer?’ [23] Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij
liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem
liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.
[24] Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat ik zeg, en
wat jullie mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden, maar de woorden
van de Vader door wie ik gezonden ben. [25] Dit alles zeg ik tegen
jullie nu ik nog bij jullie ben. [26] Later zal de pleitbezorger, de
heilige Geest die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles
duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie
gezegd heb.
[27] Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie,
zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de
moed niet. [28] Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en
bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik
naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik. [29] Ik vertel jullie
dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover
is. [30] Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van
deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over mij, [31] maar zo
zal de wereld weten dat ik de Vader liefheb en doe wat de Vader me
heeft opgedragen. Kom, laten we hier weggaan.’
Exodus 12:15-20
[15]
Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, en verwijder meteen op de
eerste dag alle zuurdesem uit jullie huizen; wie op een van die zeven
dagen iets eet dat zuurdesem bevat, moet uit de gemeenschap van Israël
gestoten worden. [16] De eerste en zevende dag zijn heilige dagen die
jullie samen moeten vieren. Die beide dagen mag er geen enkele
bezigheid verricht worden, jullie mogen alleen het voedsel bereiden dat
ieder nodig heeft. [17] Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht.
Generatie na generatie moeten jullie het feest van het Ongedesemde
brood vieren, omdat ik jullie die dag, in groepen geordend, uit Egypte
heb geleid. [18] Van de avond van de veertiende dag van de eerste maand
tot de avond van de eenentwintigste dag van die maand moeten jullie
ongedesemd brood eten. [19] Gedurende die zeven dagen mag er geen
zuurdesem in jullie huizen te vinden zijn; iedereen die iets eet dat
zuurdesem bevat, moet uit de gemeenschap van Israël gestoten worden, of
het nu een vreemdeling is of een geboren Israëliet. [20] Eet niets dat
met zuurdesem bereid is; eet uitsluitend ongedesemd brood, waar jullie
ook wonen.”’
Reflectie
Als herinnering aan de uittocht uit Egypte zal Israël
jaarlijks een week lang matses eten. Matses dat is brood zonder
zuurdesem, brood zonder tijd om het deeg te laten rusten en rijzen.
Brood van alleen meel en water, uitgerold tot een dun koekje, snel
gebakken. En ook brood van herinnering aan de harde lasten van het
leven in verdrukking, het leven onder terreur, het leven van een
gebukte, die zijn stro van de grond moet oprapen, die de klei uit de
put moet baggeren.
En herinnering aan de uittocht zelf. Lang
tegengehouden door de farao, maar dan opeens is het zover. Dan is er
geen tijd meer om te wachten tot het brood is gerezen en gebakken. Dan
moet je klaar staan om te gaan.
Zo gaat het als de dwang breekt,
de ontwikkeling door het omslagpunt gaat. Dan moet je wakker zijn,
klaar om te gaan. Al weet je dan nog niet waar je terechtkomt. De
uittocht gaat niet over de gebaande weg. De uittocht is een weg die
niet eerder is gegaan. Die gaat door het onmogelijke, door de zee; toen
bij de uittocht van Israël over de zeebodem, die nooit een weg was.
Opgelucht stonden ze aan de andere kant van de zee, maar wel in de
woestijn. De tocht is nog niet ten einde. Het woestijnlied zingt
erover. De woestijn als de nog ongebaande weg. Geen huis met gemakken,
een tent nog niet eens, niets dat herbergzaam is. Geen spoor van
anderen die ons zijn voorgegaan. Geen oriëntatiepunten, zelfs geen
afval. Wie verder wil, gaat de verte in van de woestijn. Omdat daar
ooit, ergens, de tocht door de woestijn zal eindigen. En in hun oren
nog de belofte, dat er toekomst zal zijn, goed wijd land om te leven.
Vredige ruimte voor allen. De woestijn door in het vertrouwen dat God
de aarde en de hemelen heeft gemaakt om te leven.
Zo staat ook
Jezus in Jeruzalem aan de rand van het leven, viert hij de uittocht
voor de poort van de dood. Hij weet dat hij door die poort zal gaan. En
hij weet ook dat zijn leerlingen niet kunnen bevatten, dat hij die weg
zal gaan. Dat is voor hen vrijwel onmogelijk te bevatten. Dat is voor
hen een weg, die geen weg is. Dat is het einde van het leven, dat is de
dood. En is de Ene, hem niet als een Vader? Zou de Vader van het leven
zijn geliefde zoon niet sparen voor de dood? In het beeld dat de
leerlingen hebben van Jezus past de weg door de dood niet.
Ook bij
ons, leerlingen van het leven in onze tijd, kan zo'n keuze er niet in.
Ook voor ons is het niet acceptabel. Ook wij zien de dood als het einde
van het leven. Ook wij luisteren, als we goed luisteren, met
onbegrip naar de woorden van Jezus. Als ik de woorden van Jezus over
zijn aanstaande levenseinde samenvat, zegt hij, Nog een korte tijd en
de wereld zal me niet meer zien. Ik zal gedood en begraven worden. De
heerser van deze wereld -de dood- is al onderweg. De Dood heeft geen
macht over mij. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet. Ik laat
jullie vrede na.
Jezus is na zijn dood opgestaan en de dood
heeft geen macht over hem gehad. Hij is aan zijn leerlingen verschenen,
zo beschrijft het evangelie. De opstanding is een raadsel. Hoe kunnen
we enigszins inzicht krijgen in dit mysterie? Hoe kunnen we dat
geloven? Is de opstanding alleen verdichting van leerlingen, die niet
wilden geloven dat met de dood, ook die van Jezus, het leven definitief
voorbij is? Is de opstanding alleen geestelijke ervaring, alleen bij
wijze van spreken waar? Of is de opstanding een nieuwe -nu nog
onbestaanbaar geachte- realiteit? Is het mogelijk dat Jezus een
uittocht uit de dood gevonden heeft? Want zo spreekt Jezus erover.
Jezus
verbindt zijn weg door de dood en zijn terugkeer bij de leerlingen, met
een nieuwe dan nog komende "pleitbezorger", de geest van de waarheid.
Pieter Oussoren vertaalt pleitbezorger als: "gids-en-helper", de
Heilige Geest, de waarachtige.
Die Geest zal er altijd zijn. De
Geest der waarheid zal, zegt Jezus, bij ons wonen en zal in ons
werkzaam zijn als wij trouw blijven aan hem. Als wij hem liefhebben en
zijn woorden in ons laten werken. Dan zal de weg die Jezus is gegaan,
door de poort van de dood, ook voor ons geen einde van het leven meer
zijn, want zo zegt Jezus: Ik leef en ook jullie zullen leven.
Misschien
dat daarom ook het slotwoord van deze tekst luidt: Kom, laten we hier
weggaan.’ Oussoren vertaalt het 'Kom', als 'Ontwaakt!' Dat is 'wordt
wakker, kom tot bewustzijn.' 'Kom, laten we hier weggaan',
dat
is: 'verlaat met mij dit leven, waarin de Dood heerst. Ik ga de weg
door de poort van de dood. Ga met mij, want het zal blijken dat de Dood
geen macht heeft over mij en ook over jullie zijn macht verliest.
Ik
zelf ben overtuigd van de gedachte, dat ik als mens meer levens op
aarde doormaak. En dat ik de levenservaringen uit de geleefde
aardelevens meeneem naar het volgende leven op aarde. Deze woorden van
Jezus zie ik ook in dit perspectief. Wij, mensen, gaan wel dood aan het
einde van ons leven, maar doordat Jezus de dood heeft overwonnen, kan
de dood ons daar niet voor altijd vasthouden.
Wij kunnen in ons
leven kiezen voor een leven met Jezus als het brood des levens en het
licht voor de wereld, voor een leven met het gebod van Jezus: zoals ik
jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Door die
keuze groeit van leven tot leven in ons de band met hem. Daardoor
kunnen wij ook als we zeker weten dat we tekort zijn geschoten in de
liefde voor onze naasten, onze tekortkomingen herstellen en de band met
hem versterken.
Daarom is het delen van het
brood en de wijn, teken van zijn leven voor en met ons, ook het teken
dat het brood des levens, Jezus Messias, de Dood heeft overwonnen.
Het
wekt ons op om elkaar lief te hebben, elkaars lasten te dragen, het
lijden dat anderen ons aandoen te verdragen, zoals Jezus ons heeft
liefgehad en het lijden tot de dood toe heeft verdragen. De wonden van
het leed van onze levens zullen genezen en door de woestijn van alle
levens heen, is er zicht op toekomst, op goed wijd land om te leven.
Vredige ruimte voor allen.
---------------