datum: 28 maart 2010
Buber, de weg van de mens. Een boek in de traditie van de
Chassidim, zoals jullie weten een mystiek-orthodoxe stroming.
Hoewel Buber zichzelf eerder tot het Reformjodendom rekende, legde hij
zich erop toe dat het Westen deze orthodoxe en ultra-orthodoxe mystieke
beweging leerde begrijpen. Daartoe vertaalde hij talrijke
vertellingen en tradities van het chassidisme naar het Duits en maakte
ze op die manier bekend.
Tijdens zijn leven was Buber een bemiddelaar tussen de bedreigde
traditionele joodse wereld in het Oosten en de westerse
wetenschappelijke en rationalistische moderne tijd. Een man van de
dialoog.
Nog even de thema's van de eerste vier vieringen:
*) Rabbi Susja zei: 'In de komende wereld zal mij niet gevraagd worden Rabbi Susja, waarom ben je niet als Mozes geweest? Mij zal ook niet gevraagd worden Rabbi Susja, waarom ben je niet als David geweest? Mij zal gevraagd worden Rabbi Susja, waarom ben je niet als Susja geweest?'
Hosanna en de weg van de mens
Vandaag komen er - deels omdat het vandaag Palmpasen is - twee
onverenigbare grootheden samen: een verhaal uit de
Chassidische traditie herverteld door Buber en de intocht van Jezus in
Jeruzalem. Wat tricky, gezien het feit dat jezus werd ingehaald als de
Messias en wetend dat het Chassidisme de Messias verwachtende is.
Wij, de veoorbereiders brengen het niet theologisch in verband met
elkaar. We brengen het bijeen op menselijk niveau van de mens Jezus die
Jeruzalem binnentrekt op een ezelsveulenen zijn weg kiest. Hoe dan?
Zittend op een ezelsveulen, kijkend, ziend, voelend, wetend. Wij willen
proberen na te voelen: hoe wil iemand dit kiezen? Zijn weg gaan en
weten hoe lang die weg zal zijn? Het mysterie van de vervulling van de
schrift maar waarom dan? Je voorstellen zo te ziten en de vreugde van
de mensen te voelen en het hosanna horen. Daarop zal bert straks dieper
ingaan. Hier op dit moment een vingeroefening in de intentie van
mensen, wij zelf bijvoorbeeld, die ook een eigen weg gaan. Zoekend,
zoekend, nooit vindend of soms, heel even.
De binding met het hosanna is alleen maar dit: in het vinden van de
schat van mijn eigen ruimte, mijn heilige ruimte kunnen wij beter van
onze weg een vreigdevolle weg maken. Niet omdat alles leuk is, maar
omdat alles vervuld kan zijn.
Midrasj
Ik vertel jullie noge een keer het verhaal van de schat van Rabbi Eisik
uit 'De weg van de mens' van Buber.
Aan jongelingen die voor de eerste maal bij hem kwamen, placht Rabbi Bunam de geschiedenis van Rabbi Eisik, zoon van Rabbi Jekel in Krakau te vertellen.
Hem was na jaren van rampspoed, die zijn godsvertrouwen niet hadden geschokt, in de droom bevolen, in Praag, onder de brug die naar het koninklijk paleis voert, naar een schat te zoeken. Toen de droom ten derde male terugkeerde, maarkte Rabbi Eisik zich op en trokk naar Praag. Maar bij de brug stonden dag en nacht wachtposten en hij waagde het niet te graven. Toch kwam hij elke morgen naar de brug en zwierf daar tot de avond rond. Eindelijk vroeg de hoofdman van de wacht, op zijn gedrag opmerkzaam geworden, hem vriendelijk of hij hier iets zocht of op iemand wachtte. Rabbi Eisik vertelde daarop welke droom hem uit het verre land hierheen had gevoerd. Dwe hoofdman lachte: 'En zo ben jij, arme drommel, met lompen aan je voeten, dus ter wille van een droom hierheen getrokken. Ja, wie vertrouwt er nu ook op dromen! Dan had ik zeker ook op pad moeten gaan toen mij eens in een droom bevolen werd naar Krakau te reizen, en in de woning van een jood, Eisik, zoon van Jekel moest hij heten, onder de haard naar een schat te zoeken, Eisik, zoon van Jekel! Ik zie mezelf al daarginds, waar de ene helft van de joden Eisik en de andere helft Jekel heet, alle huizen opbreken!'
En weer lachte hij. Rabbi Eisik boog, keerde naar huis terug, groef de schat op en bouwde het bedehuis, dat Rabbi Eisik-Rabbi Jekelszoon-sjoel heet.
Wat is de kern hiervan? Buber zegt: er is geen moraal aan verbonden, alleen maar dit verhaal: de schat is in je, onder je voeten en die schat is de intentie waarmee je doet wat je doet. De verbinding die je aangaat met de mensen of de dieren waarmee je in je dagelijkse doen bezig bent. Buber noemt het de heilige intentie, een zielskwaliteit, zelfs zo heilig dat de verbinding die met de echte, liefdevolle aandacht wordt aangegaan een handeling is: je laat God toe. Men kan, zo vertelt Buber aan de hand van zijn midrasj, slechts God toelaten waar men echt staat. Waar ik in mijn ontmoetingen die ander toelaat en vraag om toegang bij die ander, bij jou.
Tijdens
de viering hing deze plaat op, gemaakt door de kunstenaar H.N.
Werkman. De plaat maakt onderdeel uit van een serie platen rond
Chassidische vertellingen, die Werkman maakte tussen 1941 en
1943.
De
plaat refereert aan de volgende chassidische vertelling: Een
Joodse
echtpaar vierden elke week trouw en zorgvuldig de Sabbat. Met
het ouder worden kwamen armoede en gebrek. Op een dag was er niets meer
huis, zelfs geen eten om de Sabbat te vieren. De man verbood zijn vrouw
om de hulp van anderen te vragen en ging diepbedroefd naar de synagoge
om te bidden. Toen hij terugkwam vond hij de tafel gedekt met
spijs en drank en de sabbatsluchter brandde. Hij werd boos, omdat hij
dacht dat zijn vrouw toch gebedeld had, maar hij onderdrukte zijn
boosheid en zei er niets van tegen zijn vrouw, omdat het
Sabbat was.
Dan vertelt de vrouw hem, dat zij bij het opruimen van de kamer in een
kist een rijk versierd kledingstuk vond. Verheugd heeft ze de gouden
knopen van het kledingstuk gehaald en die aan een goudssmid verkocht,
om van de opbrengst de spijzen en dranken voor de Sabbat te kopen.
Als de man dit hoort stromen de tranen van vreugde over zijn
wangen. En hij dankt God, ziet zijn vrouw aan; het wordt hem warm in
het
hart , hij pakt haar beet en danst met haar in de kamer, omdat de hulp
van God en niet van mensen is gekomen. De Sabbat van de eenvoudigen van
hart.
Beiden zijn blij met het nu, maken zich geen zorgen over hoe het morgen en overmorgen moet.
Het gebeurde een paar jaar geleden. Ik werkte bij het gymnasium Sorghvliet en die ochtend startte ik routinematig het computerprogramma waarin we alle gegevens omtrent leerlingen opslaan. Tussen acht en negen uur belden allerlei mensen om de afwezigheid van hun kroost te melden wegens ziekte, doktersbezoek e.d. en ik moest die gegevens in het systeem zetten. Omdat de telefoon niet roodgloeiend stond, speelde ik een beetje met dat programma. Zo kon ik met één muisklik de leerlingen sorteren op geboortedatum en zo wist ik, welke leerlingen die dag jarig waren en als ik ze dan in de loop van de dag tegen kwam, feliciteerde ik ze even. Ik dat heel vaak. Op die bewuste dag was Maurits jarig. Bij Maurits was er, geloof ik, iets mis met zijn immuunsysteem, waardoor hij erg bevattelijk was voor ziektes. En hij was dus vaak afwezig. Als hij weer terug was iop school, moest hij, als alle andere leerlingen, een briefje bij me inleveren. Als hij dat vergat herinnerde ik hem eraan. Dat was in het verleden al een paar keer voorgekomen. Enfin, in de loop van de dag liep ik alle lokalen langs om de absenten op te nemen en zo kwam ik ook bij de natuurkundeles - en daar zat Maurits. Terwijl de leraar het absentenbriefje uitschreef, zei ik: Hé Maurits. Verschrikt keek hij op en ik zag hem denken "Ben ik weer iets vergeten?", maar ik zei: "gefeliciteerd hè". Gelijk ontspande zijn gezicht, en er kwam een glimlach. "Dank u wel, meneer", zei hij tegen me, waarop zijn buurman hem aanstootte en tegen hem zei: "Ben jij jarig?" Toen hij dat bevestigde, werd uiteraard spontaan het "Lang zal hij leven" ingezet en ik zag Maurits glunderen. Blijkbaar vierde hij zijn verjaardag nooit. Als het dan een keertje wel gebeurt, is dat een extra feest.\
Als
we even terugkijken naar de lezingen. Natuurlijk komt er ook voor het
dansende paar uit de chassidische vertelling een moment, waarop ze de
sabbatsmaaltijd gebruikt hebben en zich af zullen vragen wat ze eten we
morgen, of de volgende sabbath.
Jezus zal zich na de
palmoptocht in Bethanië best wel afgevraagd hebben wanneer het
"hosanna" van vandaag om zou slaan in het "kruisig hem" van
morgen.
Maurits zal zich misschien wel eens afvragen "Lang zal
hij leven? Ik weet niet of ik het red met mijn zwakke gezondheid.". Ik
hoop echter dat hij zich meer druk maakt om de vraag 'haal ik wel een
voldoende voor mijn natuurkundeproefwerk.
Belangrijk is dat je af en toe je zorgen je zorgen laat zijn en durft genieten van het moment.
-----------------------