datum: 14 februari 2010
Vandaag weer een viering over een deel van de Bergrede. In het voorjaar van 2009 begonnen we met vieringen over een aantal zaligsprekingen en gedeelten uit die hoofdstukken van Mattheus, die als een grote lering van Jezus aan zijn leerlingen wordt weergegeven. Jezus ging de berg op en zette zich neder en zijn leerlingen aan zijn voeten. Zo begint dat gedeelte. Het is een lering in zekere zin in dialoog met Mozes en alle geleerde mensen, die Mozes leringen uitleggen.
Soms is wat Jezus in de bergrede leert dichtbij. Het lijkt
eenvoudig te doen. Soms lijkt het een onmogelijke opgave. Onmogelijk
waar te maken.
De Joodse wetten, uitgewerkt tot talloze regeltjes, waren voor veel
mensen onmogelijk een leven lang vol te houden. Alleen farizeers en
schriftgeleerden, die al die wetten bestudeerd hadden, konden dat. En
soms lijkt het of Jezus daar alle begrip voor heeft als hij al die
wetten terugbrengt tot een enkele essentie. Met die insteek kunnen we
uit de voeten. Maar dan wordt, zo lijkt het, die conclusie weer
krachtig weerlegd.
Wat nu? Blijven wij in verwarring heen en weer stuiteren?
En kunnen wij met zulke tegenstrijdigheden in de wereld van vandaag een
richting bepalen?
Laat het recht stromen als water, zei Amos, en gerechtigheid als een
overvloeiende beek.
Een van de leerlingen van rabbi Eliëzer vroeg hem hoe de hel er wel zou uitzien.
Rabbi Eliëzer vroeg verbaasd waarom hij dat wilde weten. "Is het leven hier en nu niet veel belangrijker en vraagt dat niet je volledige aandacht?", vroeg hij. Maar de leerling bleef bij zijn verlangen om de hel te mogen aanschouwen.
Toen zei rabbi Eliëzer: welaan dan als je verlangen om de hel te zien zo groot is dat ik je daar niet vanaf kan houden, probeer dan om vannacht bij het inslapen voortdurend aan de hel te denken. Misschien dat God dan je ogen opent en jou de hel laat zien. De leerling ging verheugd naar huis, ging op zijn bed liggen, dacht geconcentreerd aan de hel en deed zijn ogen vol verwachting dicht.
Meteen nadat hij was ingeslapen kwam er in een droom een engel
op hem toe die hem naar de hel bracht. Daar zag hij een gigantische
zaal vol eettafels. Elke tafel was volgeladen met de verrukkelijkste
gerechten, schalen met het sappigste fruit, hoog opgestapelde taarten,
de beste wijnen en de zachtste kazen. Zo ver hij kon zien zag hij
mensen aan deze beladen feesttafels zitten.
De engel heeft zich vergist, dacht de leerling. Hij heeft me niet naar
de hel gebracht, maar naar de hemel.
Toen bemerkte hij dat de mensen aan tafel heel stijve armen hadden, die
zij totaal niet konden buigen. Ze konden daarom het voedsel wel van hun
bord pakken maar niet naar hun mond brengen, hoe ze er ook hun best
voor deden. De woede, haat en honger was op hun gezichten te
zien.
De volgende dag vertelde de leerling zijn droom aan Rabbi
Eliëzer. Deze was verbaasd om te horen hoe de hel eruit zag, maar zei
verder niets. Hij vroeg de leerling alleen of zijn nieuwsgierigheid nu
bevredigd was.
Zachtjes zei de leerling dat hij óók graag wilde weten hoe het er in de
hemel uitzag.
Rabbi Eliëzer antwoordde de leerling dat die nu zelf wel wist hoe zijn
verlangen zou kunnen worden vervuld.
De leerling ging opnieuw naar huis, ging op zijn bed liggen, dacht geconcentreerd aan de hemel en deed zijn ogen vol verwachting dicht.
En ook nu kwam er meteen nadat hij ingeslapen was in een droom
een engel naar hem toe. De engel zei hem: volg me naar de hemel.
Toen de leerling bij de hemel aankwam dacht hij dat de engel zich
vergist had en hem opnieuw naar de hel had gebracht. Dezelfde grote
zaal vol eettafels; dezelfde gerechten en dranken en ook hier hadden de
mensen aan tafel stijve armen die ze totaal niet konden buigen. Maar
toen zag de leerling het verschil. De mensen in de
hemel hoefden hun armen niet te buigen omdat ze het voedsel
aan degenen
tegenover hen gaven. En zij werden op hun beurt gevoed door
tafelgenoten. Zo had ieder genoeg te eten en drinken.
Toen de leerling de volgende dag zijn droom aan rabbi Eliëzer vertelde, zei deze "Geprezen de Eeuwige, die met deze dromen duidelijk maakt hoe te leven".
Naar een verhaal van Jaap
Westerbos uit Happinez van dec 2004
Dat verhaal is zelf weer een bewerking van oudere verhalen
Mattheüs zet Jezus, net als de andere drie
evangelisten, neer als een joodse rabbi, die al lerend
rondtrekt. Ik stel mij hem voor als een felle gedreven man, die niet om
de zaken heen draait.
Radicaal, het gaat hem niet om de punten en om de komma's,
maar om de wortels.
Laten we nog eens goed luisteren en overwegen wat deze rabbi ons
vandaag te zeggen heeft.
Hij begint zo (vers 24):
Is dat zo? Kan je niet twee heren allebei met hart en ziel dienen? Ik heb enkele jaren lang les gegeven op twee verschillende scholen. Drie ochtenden op de ene school en twee avonden op de andere. Dat ging prima. Ik heb daarbij niet het idee gehad dat een van beide scholen daaraan tekort is gekomen. Twee heren dienen kan dus prima, denk ik.
Ik heb het daar best wel moeilijk mee op mijn werk, zei een van de voorbreiders van deze viering. Soms ben ik in de middagpauze bezig voor de politieke partij waar ik me voor inzet, en dan blijkt de pauze plotseling voorbij te zijn. Ik heb dan het idee dat het wringt tussen die twee.
Een ander voorbeeld. Vorige maand is burgemeester Leers van Maastricht afgetreden. Hij liet een vakantiehuis in Bulgarije bouwen en toen bij de bouw van alles misging zette hij zijn gezag als burgemeester in om druk uit te oefenen op de bouwer. Dat leidde tot zijn aftreden, omdat hij de schijn van belangenverstrengeling gewekt had - ook al wees een onderzoek uit dat hij waarschijnlijk geen regels heeft overtreden.
En lang geleden hebben Nienke en ik op ons werk bij TNO gemerkt wat het betekent om twee heren te dienen. We kregen daar opdrachten voor defensie en voor kernenergie - zaken waar we in onze vrije tijd tegen demonstreerden. Daarom zijn we toen bij TNO weg gegaan.
Samengevat: Twee heren dienen kan misschien een enkele keer, maar nooit als die heren tegengestelde belangen hebben.
Om dat laatste blijkt
het te gaan in de tekst, dat wordt duidelijk uit het vervolg van vers
24:
God, de God die zich Ik-zal-er-zijn noemt en de Mammon, de God
van het geld zijn twee van de belangrijkste goden in ons leven. En hun
belangen staan lijnrecht tegenover elkaar.
Wie dien je? Of probeer je beiden te dienen? Dat kan niet zegt Jezus.
In de praktijk kies je dan voor de één of voor de ander.
In het volgende vers, vers 25, gaat Jezus ogenschijnlijk over
op een ander onderwerp.
Alleen uit het woord daarom
blijkt dat vers 25 bij vers 24
hoort.
Jezus suggereert daarmee dat bezorgd zijn over wat je moet eten of hoe
je je moet kleden het dienen van de verkeerde heer is.
Het gaat hier dus niet alleen om de mensen die zich uit hebzucht tot de
God van het geld wenden, om de mensen die nooit genoeg hebben. Het gaat
in vers 25 óók om mensen die zekerheid zoeken; mensen die sparen voor
slechte tijden; die zich afvragen of ze voldoende kleding hebben voor
als het koud is; mensen die bij hun werkgever blijven - ook als ze zich
daar ongelukkig voelen - omdat er nu eenmaal brood op de
plank moet komen. Dat kwam ook al ter sprake in de vorige viering.
Is het dan slecht om te zorgen voor eten, kleding, onderdak?
Nee, denk ik, Jezus zegt niet dat je niet voor kleding en voedsel mag
zorgen.
Hij zegt dat je je daarover niet bezorgd moet maken. Het moet je leven,
je denken en handelen niet bepalen.
In de verzen 26-32 licht hij dat toe. God zorgt voor planten en dieren
- vertrouw er dus maar op dat hij ook voor de mensen zorgt.
Je zorgen maken helpt trouwens niet eens: kan je je lengte groter maken
door je zorgen te maken? Nee toch?
Waar moeten we ons dan wel zorgen over maken?
En dan volgt tot slot:
Je zou Jezus' toespraak ook zó kunnen samenvatten:
Je kunt geen twee heren dienen, je dient óf jezelf, óf je
bent er voor de ander. En je kunt er alleen voor de ander zijn door je
niet te bekommeren om jezelf.
Dat maakt het verschil tussen hel en hemel, hoorden we vanmorgen in het
verhaal van rabbi Ezechiël.
Enkele voorbeelden:
In de inleiding zeiden we. Soms
is wat Jezus in de bergrede leert dichtbij. Het lijkt eenvoudig te
doen. Soms lijkt het een onmogelijke opgave. Onmogelijk waar te maken.
Tot welke categorie behoort de tekst van
vandaag, die ik nu maar samenvat met
'Niemand kan twee heren dienen'? Maak je niet bezorgd om de dag van
morgen?
Wat denken jullie daarvan? Eenvoudig of bijna onmogelijk?
.....
De tekst van vandaag heeft iets zwaars. Je kan niet twee heren dienen,
niet een beetje
het goede doen en een
beetje het kwade.
Maar tegelijkertijd heeft de tekst iets heel lichts. Kijk naar de
ander, deel zijn of haar zorgen, en maak je niet bezorgd om morgen.
Je kan elke dag opnieuw beginnen. Wat kan je gebeuren?
3-2-2010 Einar Sies
Geprezen de Eeuwige die met dromen duidelijk maakt hoe te leven...
Laten wij bidden:
voor mensen die durven kiezen
er voor anderen te zijn
in zorg, aandacht en liefde
Voor mensen die afstand durven doen
van materieel gewin,
mensen die wwillen delen
Laten wij bidden voor onszelf:
dat wij mogen groeien in het makan van
van deze keuze,
om zo mee te werken
aan een hemel op deze aarde.
Hierna kon iedereen zijn of haar voorbeden doen
Leer me lieve God
een nieuwe start te maken
Te breken met gewoonten van gisteren,
op te houden mijzelf te zeggen
dat ik het niet kan
terwijl ik het wél kan,
dat ik het niet ben
terwijl ik het wél ben,
dat ik vastzit -
terwijl ik in hoge mate vrij ben.
Rabbi Nachman van Bratslav
--------------------