Welkom, wie je ook bent en waar je ook vandaan komt,
koninklijke wijzen uit het oosten, en druïden uit het westen
Welkom
Jullie allemaal, Broeders, Zusters
In het geloof zijn wij allemaal mensen. Hier zijn
Broederschap en Zusterschap gelijk. In die geest moet het thema van
deze viering worden verstaan.
Vandaag weer een viering over een deel van de Bergrede. In het
voorjaar van 2009 begonnen we met vieringen over een aantal
zaligsprekingen en gedeelten uit die hoofdstukken van Mattheus, die als
een grote lering van Jezus aan zijn leerlingen wordt weergegeven. Jezus
ging de berg op en zette zich neder en zijn leerlingen aan zijn voeten.
Zo begint dat gedeelte. Het is een lering in zekere zin in dialoog met
Mozes en alle geleerde mensen, die Mozes leringen uitleggen.
Soms is wat Jezus in de bergrede leert dichtbij. Het lijkt eenvoudig te
doen. Soms lijkt het een onmogelijke opgave. Onmogelijk waar te maken.
De Joodse wetten, uitgewerkt tot talloze regeltjes, waren voor veel
mensen onmogelijk een leven lang vol te houden. Alleen farizeers en
schriftgeleerden, die al die wetten bestudeerd hadden, konden dat. En
soms lijkt het of Jezus daar alle begrip voor heeft als hij al die
wetten terugbrengt tot een enkele essentie. Met die insteek kunnen we
uit de voeten. Maar dan wordt, zo lijkt het, die conclusie weer
krachtig weerlegd.
Wat nu? Blijven wij in verwarring heen en weer stuiteren?
En kunnen wij met zulke tegenstrijdigheden in de wereld van vandaag een
richting bepalen?
Laat het recht stromen als water, zei Amos, en gerechtigheid als een
overvloeiende beek.
In het gedeelte van de bergrede dat we vandaag lezen, wil Jezus allereerst duidelijk maken waar hij staat als Jood. Hij stelt zich niet buiten, of boven de wet. Integendeel! "Denk niet, dat ik gekomen ben om de wet of de profeten af te breken. Ik ben niet gekomen om af te breken, maar om te vervullen."
De vervulling van de wet staat voor Jezus in het teken van het koninkrijk der hemelen én gerechtigheid. Dat is het centrale thema van de gehele Bergrede: het koninkrijk der hemelen is onder ons.
Jezus verzet zich tegen bepaalde uitleg van de wet,
die blijk geeft van misbruik ervan. De wet wordt voor eigen doeleinden
aangewend en niet ter bescherming van zwakken en armen.
Jezus brengt géén nieuwe wet, maar radicaliseert de
oorspronkelijk wet. Hij gaat terug naar de radices, de wortels van de
wet.
Zó
gaat hij, volgens Mattheus, ook in op het bekende gebod: "Gij zult niet
doden", één van de tien geboden, gegeven aan het joodse volk, onderweg
naar het beloofde land.
Ook wij hebben dit gebod in ons geheugen gegrift.
Ik iemand doeden? Nee dus. Of toch wel?
De verzen hier gaan niet letterlijk over doodslag, iemand
ombrengen, hetgeen strafbaar is.
Er wordt gesproken over: "Wie vertoornd is op zijn broeder ... zal
strafbaar zijn voor het gerecht...
Vertoornd zijn, voorafgaand aan doodslag letterlijk....
Een ouderwetse term...
Nu zouden wij zeggen: boos, woedend, agressief, scheldend,
niets/niemand ontziend.
De tweede dood over iemand laten komen, het gevoel de ander te moeten
vernioetigen, af te schrijven.
Wat maakt iemand zo boos dat hij of zij niet meer weet wa hij/zij doet?
In de krant en op de t.v. kunnen wij dagelijks lezen en zien wat de gevolgen zijn van individuele én collectieve boosheid. Pijn, verwondingen, vernielingen, oorlog..., uitbuiting.
Dorothee Sölle zegt hierover in "Mijn broeders hoedster"
Wij rijken doden dagelijks
mensen in tweederde van de wereld door onrechtvaardige prijzen en
schuldenlast, door landroof en bewapening, die vooral de economie van
de rijken ten goede komt. Wij beschermen onze afzetmarkten, steunen
terreurregimes.
Ook wij zijn medeplichtig aan volkerenmoord die voor onze ogen
plaats
vindt.
Latere generaties zullen mogelijk net zo ontzet omkijken naar wat wij
gedaan hebben, net zoasl wij nu terugkijken naar beelden van de Tweede
Wereldoorlog.
Ook dichterbij in ons eigen gezins- en familieleven, op ons werk, tussen collega's, in onze straat, in het verkeer is er de boosheid, ruzie, agressie, verdriet.
Jezus zegt:
Je verzoenen met je broeder. je zuster, je naaste is essentieel, vóór
je je offergaven mag aanbieden, vóór je mag breken en delen.
Het schiet je te binnen dat je naaste iets tegen je heeft...
het is in je bewustzijn individueel of collectief.....
Niet tegen wie ik
iets heb; nee, dat mijn naaste iets tegen mij heeft. Dat is een moment
om stil te worden, bij stil te staan.
Wie heb ik boos gemaakt?
Wie voelt zich door mij buitengesloten?
Tegen wie heb ik me vijandig opgesteld?
Wie heb ik afgschreven?
Wie heb ik tot slachtoffer gemaakt?
Maak ik politiek en economisch de goede keuzen?
Dit is het moment van inkeer, van ommekeer, op weg gaan naar de ander.
Een poging tot gesprek, een gebaar. Een beginnetje op weg naar
verzoening?
Dit is voor mij, voor ons niet gemakkelijk. In programma's als 'De rijdende rechter' wordt gevraagd bindende uitspraak te doen bij onmin tussen mensen. Vaak over materie.
Toch is dit nog niet wat Jezus bedoelt, want als we de gerechtigheid van de schriftgeleerden en de Farizeeën, die behoorlijk juridisch onderlegd waren, niet ver overtreffen..... zullen wij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen.
Een programma als 'Het familiediner' probeert te mediëren in
kapotte relaties in familieverband.
Hulp van buitenaf is soms nodig om mensen naar elkaar te laten
luisteren, de andere kant te laten zien; om over je eigen drempel te
stappen en zo tot verzoening te komen.
In deze verzen van Mattheus is er spanning tussen wat moet,
het gebod, en de diepste bedoeling ervan.
Een menswaardige samenleving, gerechtigheid is méér dan wat moet zijn,
op straffe van... Het is een appèl aan ons intuïtief weten wat goed is
.....doen!
Een oproep, verantwoording te dragen voor onze eigen boosheid, deze
niet
op te zouten, niet te verharden. Een oproep wegen te zoeken naar open
communicatie, naar verzoening. Méér durven geven, dan de ander
verwacht. Een oproep met al onze beperkingen en onvolkomenheden
medemens te willen zijn.
Alléén als wij die goddelijke stem in ons geweten verstaan kunnen wij elkaar behoeden en doen leven.
Overweging: Marijke Blaauw-van Dongen
datum: 10 januari 2010