
De viering van vandaag heeft, net als de adventsvieringen, het thema 'Vol van verwachting'. Daarom hebben we gelezen en gezongen over de verwachting van de profeet Jesaja.
1.
Jesaja profeteerde in Juda zo tussen 750 en 700 voor Christus.
Eigenlijk was het toen helemaal geen verwachtingsvolle tijd.
Het oude Israël van koning David was na de dood van zijn zoon Salomo
uiteengevallen in Juda, het tweestammenrijk met Jeruzalem als hoofdstad
en Israël, het tienstammenrijk met Samaria als hoofdstad.
Het waren kleine rijkjes die zich nauwelijks staande konden houden
tussen hun machtige buren, Assyrië, Egypte en Babylon. Het is dan ook
niet te verwonderen dat beide ten onder gingen.
Ten tijde van Jesaja werd het tienstammenrijk veroverd door Assyrië.
Goed een eeuw daarna werd Juda veroverd door Babylon.
Die ondergang gebeurde niet in één klap. Langzamerhand werden Israël en
Juda steeds afhankelijker van hun buren. In sommige perioden waren het
niet meer dan vazalstaatjes die de gebruiken en zelfs de goden van hun
omringende grootmachten overnamen, moesten overnemen misschien. Het
staat beschreven in de bijbelboeken Koningen en Kronieken.
Was het een wonder dat die kleine rijkjes ten onder gingen? Nee zeggen
we nu, ze waren te klein om lang te kunnen bestaan..
De profeten van Israël keken daar heel anders tegenaan. Volgens hen had
het niets te maken met de grootte van de rijkjes of de macht van de
buurvolkeren. Zij zeiden onverbloemd wat volgens hen de oorzaak was:
dat koning en volk de wet niet betrachtten, maar de wet verachtten. Dat
armen en weduwen en wezen vogelvrij waren. Dat zij naar de pijpen van
hun machtige buren dansten.
Als Koning en volk vertrouwen zouden hebben in hun eigen God, als ze
zich tot Hem zouden wenden, als ze Zijn weg zouden gaan; dán zou die
hen helpen. Net zoals Hij hen vroeger uit Egypte had bevrijd; dan zou
geen vijand hen kunnen overmeesteren.
Maar nu ze zich hebben afgekeerd van hun God, nu ze andere Goden
nalopen, nu is er geen andere verwachting dan de verwachting van een
verwoest land, een land van chaos; een land door God verlaten. Is er
nog hoop? Er is geen hoop als mensen de hopeloze weg kiezen.
Dat was in het kort wat de meeste profeten zeiden.
Jesaja keek verder dan alleen de mogelijke ondergang. Eens zal er iemand opstaan, profeteerde hij, eens zal er een echte afstammeling van David opstaan, die het rijk van David weer in ere herstelt, dat rijk van recht en vrede. Zo ontstond de verwachting van de Messias, de gezalfde, de nieuwe koning.
Wie zal dat zijn? En wanneer zal hij komen?
Dat weet je niet. Let goed op, misschien komt hij wel hier, misschien
komt hij vandaag.
2
Meer dan zeven eeuwen na Jesaja trad er een man op, Jezus van Nazareth,
van wie veel mensen vermoedden, hoopten, verwachten, zeker wisten dat
dát de lang verwachte Messias was. Vandaag vieren we zijn geboorte.
Het liep droevig met hem af. Want de gevestigde orde liet hem
arresteren en ter dood brengen.
Omdat zijn boodschap niet strookte met hun belangen.
Maar daarmee eindigde het verhaal van de Messias niet. Want er waren
mensen die vermoeden, hoopten, verwachten, zeker wisten dat hij was
opgestaan, dat hij nog leefde.
Die elkaar over zijn leven vertelden, omdat zij vonden dat Jezus leeft
zolang zijn verhaal werd doorverteld. De goede boodschap noemden men
die verhalen.
3
Sinds de dagen van Jesaja en Jezus is de wereld haast onherkenbaar
veranderd. Wolkenkrabbers, auto's, computers, vliegtuigen, mobieltjes,
creditcards....
het zijn grotendeels verworvenheden van de afgelopen eeuw.
En tegelijkertijd is er weinig veranderd.
Nog steeds is de wereld verdeeld in rijken en armen, in grote machtige
staten en in kleine arme staten. De machtigen doen waar zij zin in
hebben en de arme kan slechts nemen van wat de rijken de moeite niet
waard vinden.
En - dat is iets van de laatste tijd - de aarde wordt in een steeds
sneller tempo leeggeroofd. Grondstoffen raken op, zeeën worden
leeggevist, oceanen worden één groot vuilnisvat, de atmosfeer raakt
bezoedeld.
In deze maand is de top van Kopenhagen gehouden. De uitkomst ervan
stemt niet erg hoopvol. De wereldleiders zijn het erover eens dat
dringend actie moet worden ondernomen om een mondiale klimaatcatastrofe
tegen te gaan; en dat arme landen extra steun nodig hebben voor de
klimaatrampen die juist hen bedreigen. Dat is winst. ( Zie het Akkoord
van Kopenhagen)
Maar over concrete doelstellingen kon geen overeenstemming worden
bereikt.
Landen moeten nu uiterlijk op 31 januari 2010 zelf hun doelstellingen
voor 2020 aan de VN opgeven. Dat mogen heel bescheiden doelstellingen
zijn. Alleen wie het Kyoto protocol heeft ondertekend mag niet minder
beloven dan wat daar al eerder werd beloofd.
En als toezeggingen niet worden nagekomen? Sancties zijn er niet.
Ook nu geen hoopvolle tijd dus, geen groene Kerst dit jaar.
Kunnen we toch de verwachting levend houden,
de verwachting dat het goede het eeuwige leven heeft,
dat het kwaad niet zal overwinnen,
dat onze lieve aarde nog kans op redding heeft,
dat de hoop van vandaag morgen of overmorgen werkelijkheid wordt?
Wie hoopt, fluistert dat vandaag de nieuwe Messias is geboren.
Wie hoopt zegt 'yes we can', zelfs als is aangetoond dat het helemaal
niet kan.
Wie hoopt denkt aan dat oude verhaal dat de Messias pas komt als er
voldoende rechtvaardigen zijn. En hij of zij staat op en doet wat haar
of zijn hand vindt om te doen, om zo de weg vrij te maken voor de
Messias.
Wie hoopt zingt (tekst
van
An vd
Bend-Feths / muziek: Fokke de Vries):