
Vandaag het volgende
hoofdstuk uit het boek van Buber, de weg van de mens. Een boek in de
traditie van de Chassidim, zoals julie weten een
mystiek-orthodoxe stroming.
Hoewel Buber zichzelf eerder tot
het Reformjodendom rekende, legde hij zich erop toe dat het Westen deze
orthodoxe en ultra-orthodoxe mystieke beweging leerde begrijpen.
Daartoe vertaalde hij talrijke vertellingen en tradities van het
chassidisme naar het Duits en maakte ze op die manier bekend.
Tijdens
zijn leven was Buber een bemiddelaar tussen de bedreigde traditionele
joodse wereld in het Oosten en de westerse wetenschappelijke en
rationalistische moderne tijd. Een man van de dialoog.
Nog even de thema’s van de eerste drie vieringen: De vraag: Adam, waar ben je?
Dan
de viering rond de bijzondere weg die jouw weg is: Niet Mozes willen
zijn, maar Susja (midrasj. De chassidische leer gaat er van uit dat
mensen in wezen ongelijk zijn, maak ze daarom niet gelijk aan elkaar ,
maar waardeer de verscheidenheid. Een oproep om te ontdekken wat je
eigen vurigste wens is.
Dan de viering rond het tot eenheid smeden
van je ziel (het lapwerk), de viering dat ieder zijn weg kan
schoonhouden, die ander vergeving kan vragen en vergeving kan schenken
zonder een stap terug van die ander te verwachten.
Is dit, zo vraag je je af nu niet in tegenspraak met al die voorgaande wijsheden: begin bij jezelf, weet je plek, weet je eigen weg, maak vrede met die ander, zonder ook maar een stap in jouw richting te verwachten. En nu: nu mag ik weer niet met mezelf bezig zijn.
Nee,
verklaart Buber. Het gaat hier om onnodig naar binnen gericht geneuzel.
Je dient wel bij jezelf te beginnen maar vooral niet met jezelf te
eindigen., van zichzelf uitgaan, maar niet naar zichzelf toestreven.
Buber
legt het woord ommekeer onder de lamp: ommekeer staat in het
middelpunt van de Joodse opvatting over de weg van de mens. Door je om
te wenden vernieuw je je plek in Gods wereld, maar het is nog meer dan
dat, het is meer dan berouw of boetedoening, het betekent weer op de
weg komen van je bestemming, van jouw eigen weg
Eindeloos bezig blijven met iets dat niet perfect, nee zelfs fout was.
In
feite ben je dan niet met die ander bezig, voor wie je het zo graag
goed wil doen, maar gewoon met jezelf. Wroetend in je eigen
ongemakkelijkheid dat je niet goed genoeg zou zijn.
Sterker nog,
als je blijft piekeren over wat fout ging blijf je steeds dat foute
herhalen in je denken. Je ligt in wat je denkt dan vast. Het geen jij
denkt is niet meer in beweging, het is niet meer vloeibaar, het is
gestold.
Wat dan onmogelijk is is dat je je omwendt, dat je je
omkeert naar het goede. Het lijkt erop dat je jezelf haast niet kunt
vergeven dat je niet feilloos was en dat is niet helend.
Daarom staat er: wend je af van het kwade, doe het goede. Fout gemaakt: doe het goede daar tegenover.
Erboven
uit dit gaat nog aldus Buber: wie zich blijft kwellen is
alleen maar bezig met het eigen zieleheil, de eigen perfectie staat de
relatie met die ander in de weg. Je bent bezig jouw beeld te creeren en
je bent opgehouden in relatie te zijn. Zo simpel is dat.
Ik ken wel
mensen die – als er iets fout gaat – zeggen: oh ja, dat heb ik helemaal
fout gedaan. Stom zeg. Die zijn makkelijk, denk ik dan. Maar het is ook
heerlijk fris, fout, o.k. kan gebeuren, mijn intentie was goed,
volgende keer beter en kijk aan, ik ben toch een goed mens, helemaal
tof.
Ik verbaas me iedere keer over de moderne uitleg van Buber. Het
verliecht mijn ziel a.h.w. Het doet me ook altijd denken aan de boeken
van Eckart Tolle, de kracht van het nu die ook voortdurend benadrukt
dat een mens drie mogelijkheden heeft bij ongelukkige gevoelens: je mag
eraan blijven hechten (hij raadt het niet aan, maar het mag!) , je kunt
de situatie aanvaarden, of je kunt in actie komen en er iets aan
veranderen.
Buber zegt: Rabbi Ger waarschuwde op dezelfde manier
voor zelfkwelling. Stop er mee. Of je nu rechtsom in de drek roert of
linksom, drek blijft het. In de tussentijd kan ik immers parels rijgen,
de hemel tot vreugde!