De laatste jaren kunnen we in de Ekklesia zien dat de viering van Pinksteren in afdeling vraagstukken terecht is gekomen. Wat moeten wij ermee? Een paar keer hebben we in de Marthakerk met andere christelijke gemeenten Pinksteren gevierd: indrukwekkende en vooral erg lang durende vieringen met enthousiaste zang van allochtonengroeperingen in deze stad. Inhoudelijk werd het door de meesten van ons als enigszins oppervlakkig ervaren met een iets te hoog Hallelujagehalte. Vervolgens gingen we het weer in de Bartkapel vieren en de belangstelling ervoor was meestal gering: een paar enthousiastelingen zetten zich in, maar velen verkozen het lange weekeinde op een camping of in een vakantiehuisje op de Veluwe of op Terschelling door te brengen. Dat is bijzonder, want we zeggen van onszelf dat we de Christelijke feesten vieren. Als je naar de feiten kijkt, dan woont bijna iedereen de Kerst- en de Paasviering bij, maar schrompelt met Pinksteren het aantal deelnemers ineen tot een klein groepje begeesterden. Heeft dat alleen met het naar buiten uitnodigende weer te maken? Of is er meer aan de hand?
Het Pinksterverhaal is boeiend genoeg. De Geest wordt vaardig over mensen die 'in tongen' spreken zodanig dat iedereen de leerlingen van Jeshua in zijn eigen taal kan verstaan. Dat is een Godswonder zou je zeggen. Immers meestal is de ervaring dat ieder zo zijn eigen interpretatie geeft aan ervaringen en verhalen. Zelden zijn we het eens, zelden voelen we ons EEN. Je kunt je denk ik alleen EEN voelen als je je eigen identiteit loslaat en je overgeeft aan iets groters, iets hogers misschien. Dat laatste is nu precies dat ik in ieder geval heel lang uitermate bedreigend vond: stel je voor dat ik me mee laat slepen door de massa, nee dat is eng, dan ben ik mezelf niet meer, dan verlies ik de controle. En kritisch zijn was een van de kenmerken van een basisgemeente. Diverse basisgroepen heetten ook zo: bijv. Kritische Gemeente IJmond, al in de zestiger jaren een begrip voor progressieve Christenen. Kritisch zijn zat a.h.w. in mijn botten. Als ik dan een uitzending zag van zwarte kerkgemeenschappen waar volop en voluit werd gezongen en meegedeind en gedanst, dan keek ik daar een beetje op neer: wij hadden een betere theologie, wij groeven dieper en analyseerden beter. Theologiseren in de Basisbeweging ging vaker over gelijk hebben dan over de essentie van de gelovige ervaring. Doordat we nu met een andere tijdgeest te maken hebben, past dat kritisch zijn minder goed dan toen. In dagblad Trouw van gisteren pleit een protestantse dominee zelfs voor meer esoterie in de kerk. Gaat New Age de christelijke harten veroveren? Zo ja, waarom dan denk je? Ik denk omdat esoterie gaat over de persoonlijke ervaring van het goddelijke. Daar is nu meer behoefte aan dan twintig, dertig jaar geleden. Het introduceren van het lichaamsgebed in de Ekklesia heeft met diezelfde behoefte aan directe ervaring van God te maken. Vanaf de zestiger jaren verlieten veel mensen de kerk vanwege het gebrek aan sociale en politieke bewogenheid. Veel mensen hebben inmiddels de traditionele kerk verlaten wegens het ontbreken van directe en lijfelijke ervaring. Het was voor hen allemaal te cerebraal, teveel woord, te weinig lijf, teveel theologie, te weinig passie. Ook in de Ekklesia waren er mensen die het te intellectueel vonden. Wel hadden en hebben we in het zingen een bron van passie en begeestering. Talloze liederen zingen wij hartstochtelijk en geestdriftig mee, al klinken ze nog niet zo gepassioneerd als de gospels in de zwarte gemeenschappen. Trouwens wij hebben ook niet de ongeremdheid van Pinkstergroeperingen, noch de echolalie, het spreken in tongen. Dat is net een brug te ver. Op dit punt zijn Pinkstergroepen en Basisgemeenten volstrekte tegenpolen.
Maar nu terug naar het verhaal waarop dit feest is gebaseerd. Jeshua is vertrokken, hij is opgenomen, aan het gezichtsveld onttrokken op wat we nog steeds Hemelvaartsdag noemen. Vorige week wenste iemand mij een goede hemelvaart en een behouden terugkeer op aarde vrijdag. En ik dacht: wat een vreemde naam is dat toch. Een relict uit een voorbije tijd. Die dag vieren we al jaren niet meer, als we hem ooit als Ekklesia hebben gevierd, maar vormt de opmaat naar de uitstorting van de Heilige Geest vandaag. Nu Jeshua er niet meer is, mogen en kunnen wij het werk van hem zelf voortzetten, gesteund en geinspireerd door de Geest. Daarmee kreeg de christelijke gemeente in wording zelf verantwoordelijkheid. Toen de kerk staatsgodsdienst werd onder keizer Constantijn heeft het instituut die ontvangen verantwoordelijkheid teruggepakt en werd het gelovige volk dom gemaakt en onmondig gehouden. Jeshua heeft nooit een goeroeschap opgeëist of vertelde hoe het moest. Wat mij in hem inspireert is dat hij mensen steeds terug bij zichzelf en hun eigen mogelijkheden brengt. Wie is Jeshua voor ons? Tja, dat het thema van de viering over veertien dagen.
De Geest maakt dat de leerlingen van Jeshua volkomen vrijuit spreken. Wanneer hebben wij de ervaring volledig vrij te kunnen spreken? Ik bedoel niet vrijuit spreken in de vorm die nu in politiek Nederland wordt gepropageerd door Wilders en Rutte, in de vorm van het recht om beledigende taal uit te slaan. Ik bedoel de vrijheid om te spreken vanuit je hart. Persoonlijk ervaar ik de meeste vrijheid als ik iets deel met anderen over mijn eigen zwakheid, of lafheid, als ik een fout kan erkennen of spijt ergens over betuig. Ik zeg niet dat ik dat altijd gemakkelijk doe, maar als ik het doe, voel ik mij vrij en krachtig. Niemand kan mij dat namelijk afpakken, het is een uitspraak, een declaratie vanuit mijn hart. Ook als ik mijn commitment uitspreek ervaar ik volledige vrijheid. Mijn commitment in het leven is dat mensen ontdekken dat ze tot veel grotere daden in staat zijn dan ze zelf kunnen bedenken en dat zij zich verbonden voelen met de wereld om hen heen, de mensen, de dieren, de planten en hun huizen. Ik sta ervoor dat iedereen dat beschikbaar heeft in zijn leven. Daarom heb ik stichting Aarde-Werk opgericht en geef ik introductieavonden voor het Landmark Forum. Daarom geef ik workshops waarin mensen die verbondenheid zelf kunnen ervaren en daartoe bouwen Gea en ik nu aan een Praktijkschool voor Duurzaamheid in de Achterhoek. Als Jeshua's leerlingen van hun geloof getuigen, nu zouden we zeggen hun commitment uitspreken, luisteren de omstanders en begrijpen ze waar ze het over hebben, ook al spreken ze allemaal een andere taal. In een commitment kan iedereen zichzelf herkennen. Een commitment gaat nooit over jezelf of over je identiteit. Je identiteit is juist aan je ego gekoppeld. Een commitment gaat over wat er mogelijk is voor de mensen om jou heen. Mandela sprak het Zuid Afrikaanse volk aan op haar grootheid, Ghandi sprak de Indiërs aan op hun vermogen zichzelf te bevrijden van de overheersing door de Engelsen, Obama spreekt de Amerikanen aan op hun vermogens 'Yes we can' Vandana Shiva de Indiase atoomgeleerde klaagt de zaadveredelaars en multinationals aan voor hun misdadige praktijk waarbij vrouwen het recht wordt ontzegd zelf zaad te verzamelen en gedwongen worden bij hen jaarlijks zaad te kopen dat wel een plant, maar geen nakomelingen en dus geen nieuw zaad oplevert.
In het tweede deel van mijn overweging zou ik graag met jullie kort spreken over het commitment dat jullie hebben, het geloof dat jullie hebben voor de wereld van vandaag en morgen. En ik wil met jullie van gedachten wisselen over wat ons belemmert om ons geloof en ons commitment uit te spreken tegenover andere mensen. Als we onze angst of onze belemmering uitspreken zal dat ons al meer vrijheid van spreken geven. Het mooie van zo'n commitment of geloof is dat niemand dat ter discussie kan stellen: het is jouw geloof, jouw missie, jouw commitment. Als je het helder hebt, en het uitspreekt zul je ervaren dat je volledig vrij bent. Je kunt anderen ermee inspireren of nieuwsgierig maken. Als jij je vanuit je hart uitspreekt, kan ieder ander zich tot jou verhouden en is er een relatie ontstaan tussen jou en de ander... Hoogst waarschijnlijk doen we dan net als de discipelen de ervaring op dat wij geïnspireerd spreken en dat mensen horen wat wij zeggen en dat ze erdoor geraakt of bewogen worden. Op die manier kan het voor ons allemaal vandaag Pinksteren worden en hebben we allemaal iets dat we kunnen meenemen in de gesprekken die we vandaag en morgen zullen hebben me mensen. Dan hebben we voldoende gespreksstof voor jaren.