60 jaar Mensenrechten
24 mei 2009
Inleiding

Ruim 60 jaar geleden, op 10 december 1948, namen de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan.
In die Verklaring zijn onze rechten en vrijheden vastgelegd. Dat is belangrijk. Want zo staat zwart op wit dat iedereen mag zeggen, schrijven, denken en geloven wat hij wil. Dat iedereen mag samenkomen met wie hij wil. Dat niemand mag worden gemarteld, dat iedereen wordt beschermd door de wet, en dat de wet eerlijk wordt toegepast. Maar dat de Universele Verklaring bestaat, betekent niet dat onze rechten en vrijheden vanzelfsprekend zijn. Want dat zijn ze niet. Ze zijn kwetsbaar. Vandaag de dag is dat overal ter wereld te zien.
Laten we de verjaardag van de Universele Verklaring vieren in het besef van wat ze betekent. Haar beschermen in het besef van haar kwetsbaarheid, staat er op de website van Amnesty International.
Straks gaan we dat symboliseren door kaarsjes aan te steken voor artikelen van de Universele Verklaring.
En verder zullen we in deze viering aandacht besteden aan de Tien geboden, die andere grootse Verklaring van Rechten en Plichten.

Kaarsjes voor recht
Aan de wand hingen de artikelen van de Universele verklaring van de rechten van de mens.
Deelnemers konden een artikel van de wand halen, dit voorlezen en er een kaarsje voor aansteken.
Daarna werden kaarsjes aangestoken voor de mensen voor wie de Amnesty brieven van de maand werden verstuurd.
Schriftlezing: Exodus 32: 1-21
60 jaar Mensenrechten

Op 10 december 1948, nu ruim 60 jaar geleden, werd in de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aanvaard.
Initiatieven ertoe kwamen met name uit Joodse kringen in de Verenigde Staten. Tegenover de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en de holocaust, stelden zij een radicaal antwoord voor, het formuleren van fundamentele rechten die áltijd zouden gelden, voor iedereen, waar ook ter wereld.
En omdat in de eerste jaren na de oorlog een sfeer heerste van 'deze verschrikkingen nooit meer' is die verklaring er ook inderdaad gekomen.
Het is een beginselverklaring geworden waarover door meer mensen uit meer landen overeenstemming is bereikt dan ooit eerder in de geschiedenis, 's werelds breedst aanvaarde tekst. Ieder nieuw lid van de Verenigde Naties, en dat werden uiteindelijk nagenoeg alle landen ter wereld, heeft bij toetreding moeten beloven de Universele Verklaring te respecteren.
De verklaring zelf is niet bindend, maar vormt de basis voor ongeveer driehonderd mensenrechtenverdragen en -verklaringen die de Verenigde Naties sinds 1948 hebben aangenomen.

Dat wil niet zeggen dat het opstellen van de tekst gemakkelijk is gegaan.
Er waren twee maanden, 86 vergaderingen, en heel veel amendementen nodig om de tekst aanvaard te krijgen.
Onderwerpen als abortus, de doodstraf, rechten van minderheden, de vrijheid van drukpers, staan niet in de Verklaring omdat daar geen meerderheid voor was.
Uiteindelijk is de verklaring aangenomen met 48 stemmen (landen) voor, 0 stemmen tegen, en 8 onthoudingen.
De onthoudingen kwamen van de Sovjet Unie en vijf andere Oostbloklanden,
die een aantal economische, sociale en culturele rechten mistten,
Saoedi-Arabië dat vond dat de Verklaring niet in overeenstemming is met de islam
en Zuid-Afrika, dat de verklaring te ver vond gaan.

De breedst aanvaarde tekst noemde ik de verklaring net.
Maar het is zeker niet een algemeen aanvaarde tekst.
De 'universele' verklaring is ontstaan in de westerse, individualistische, joods-christelijke denkwereld. Ze is cultuur en tijdgebonden.
Vanuit andere culturen wordt een ander soort mensenrechten bepleit. De islam en de sharia, het islamitische rechtssysteem, hechten aan een balans tussen rechten en plichten ten opzichte van de eigen familie, groep en godsdienst. In juridische en politieke kringen is er al enige tijd een debat over de vraag of beide systemen verenigbaar zijn. De meningen zijn verdeeld.

We gaan bijna 3500 jaar terug in de tijd, naar die andere verklaring van rechten en plichten, de Tien geboden. Toen, staat er in Exodus, sloot de God van Israël een verbond met zijn volk en gaf regels voor een goede omgang met elkaar en met God.
En zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens verder uitgewerkt is in verdragen, nationale wetten en verordeningen, zo zijn de tien geboden in Exodus 21 tot 23 nader uitgewerkt in een flink aantal voorschriften. Ik zal er nu niet over uitwijden, maar ze zijn het lezen waard. Er staan heel wijze, milde regels in, én regels die in onze ogen wreed, haast onmenselijk lijken. Vrouwen en slaven worden voornamelijk als bezit van de man gezien, lijkt het op sommige plaatsen. En het oog om oog, tand om tand stamt uit dit bijbelgedeelte. Cultuur en tijdgebonden dus, ook toen.

Hoe ging het volk IsraIsraël om met de Tien Geboden, met de Thora?
Exodus 32, waar we net een stuk uit lazen, geeft daar een ontnuchterend antwoord op. Al voordat Mozes op de berg de stenen tafelen met de Tien Geboden van God had ontvangen, aanbaden de Israëlieten het gouden kalf. Ze luisterden niet naar God, maar naar de valse schittering van hun eigen omgesmolten oorringen. Schokkend en tegelijk vertrouwd. Mensen van nu handelen precies zo. Verdragen worden vaak al geschonden nog voordat de tekst ervan droog is en het gouden kalf is vandaag aan de dag nog steeds god.

De Joodse Bijbel, de Tenach, is hoogstwaarschijnlijk op schrift gesteld in de tijd van de Babylonisch ballingschap. De schrijvers ervan vroegen zich af wat de reden was van de ondergang van Israël.
En zij kwamen tot de conclusie dat Israël die ondergang aan zichzelf te wijten had. Het had de relatie met God niet serieus genomen, had de geboden niet onderhouden, was afgeweken van de weg des Heren.
'Ik houd u vandaag leven en geluk voor' staat er in Deuteronomium 30, 'maar ook dood en ongeluk. Als u luistert naar de geboden van de heer uw God, die ik u vandaag geef, als u de heer uw God bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, voorschriften en bepalingen nakomt, dan zult u leven en talrijk worden en zal de heer uw God u zegenen in het land dat u in bezit gaat nemen. Maar als uw hart afdwaalt, als u niet luistert en u laat verleiden, zodat u zich voor andere goden neerbuigt en die vereert, dan kondig ik vandaag aan dat u zult omkomen en dat u niet lang zult leven op de grond die u na de overtocht over de Jordaan in bezit gaat nemen.'
Israël heeft ondanks alle waarschuwingen van de profeten vaak de verkeerde weg gekozen, maar zelfs in de diepe ellende van de Babylonische ballingschap is er hoop. Als het terugkeert tot zijn God, als het de relatie met de Ene weer herstelt, zal het ze ook weer goed gaan; want de God van Israël is een lankmoedige god.
Dat is de teneur van de Tenach.

In het jaarprogramma van de Ekklesia stond bij deze viering: 60 jaar Mensenrechten. Is er wat te vieren?
Pessimisten zullen zeggen dat er niets te vieren is; dat de wereld er in die 60 jaar niet beter op is geworden. Hoeveel verdragen zijn geschonden, hoeveel oorlogen gevoerd, hoeveel onrecht gedaan?
Ik pleit ervoor om een andere invalshoek te kiezen, om met de Universele Verklaring om te gaan zoals Joden dat doen met de Thora.
Elk jaar vieren zij het feest van de Vreugde der Wet, Simchat Tora. Zij danken dan voor het ontvangen van de Thora en beloven de Thora ook het volgend jaar weer te lezen en te leven.
Laten wij zo de Universele Verklaring bezien. Laten we vieren dat de Verklaring een groot goed is, beseffen dat het de wereld goed zal gaan, als we hem in ons hart sluiten en daar van uit leven; dat de wereld een baaierd wordt als we dat niet doen.
Om het te zeggen met de woorden van het lied dat we straks gaan zingen:

Deze woorden aan jou opgedragen,
hier en heden prent ze in je hart,
berg ze in het binnenste van je ziel,
leer ze aan je kinderen.
Herhaal ze, thuis en onderweg,
waar je ook bent,
als je slapen gaat,
als je opstaat,
deze woorden aan jou toevertrouwd....
...
Dat je bloeien zal en niet verwelken.

Einar Sies

Grenzen aan de vrijheid

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Maar mag je altijd alles zeggen,
of zijn er grenzen aan die vrijheid?
Amnesty International hield daar onlangs in haar blad een enquête over, aan de hand van tien uitspraken. En wij hielden die enquête ook in de Ekklesia, in een iets gewijzigde vorm.
Zijn zulke uitspraken acceptabel of niet, wilden we weten.
En moeten sommigen ervan verboden worden of niet?
Wij van de voorbereidingsgroep vonden de enquête moeilijk. Maar het leek ons de moeite waard om in de Ekklesia over zulke vragen na te denken. Dat hebben jullie ruimschoots gedaan. We kregen 18 ingevulde formulieren terug. Elf daarvan inclusief een commentaar.
- Zie uitslag van de enquête.

Tenslotte wat Amnesty erover zegt. Op hun website staat:
De verhouding tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en dat op vrijheid van godsdienst lijkt nogal eens gespannen.
Bijvoorbeeld als de ene groep vrijelijk kritiek wil leveren op een godsdienst of met elementen ervan de spot wil drijven, terwijl de andere groep dat ziet als een belediging van de godsdienst.

Toch is er in wezen geen spanning tussen beide rechten.
De vrijheid van meningsuiting staat toe dat je kritiek hebt op elk denkbeeld of menselijk handelen, dus ook op godsdienst. Daarbij mag je niet oproepen tot haat en discriminatie.
Wat dus niet mag is oproepen tot uitroeiing van een godsdienst,
of verklaren dat moslims inderwaardig zijn,
of goedkeuren dat 'ketters' worden vervolgd.

Zie ook de VPRO-uitzending van Tegenlicht van 18 mei 2009.
Deze uitzending was geheel gewijd aan de grenzen van de vrijheid.
(Deze uitzending is alsnog te bekijken op "'Uitzending gemist' (dit opent in een nieuw venster)
Zoek dan bij T - Tegenlicht - uitzending van 18-05-2009.)