Opstand(ing)
Pasen: 12 april 2009
Inleiding

Hij is waarlijk opgestaan. Dat is de paasgroet, waarmee in heel veel landen christenen elkaar begroeten. Vandaag is het thema: Opstaan!
In de natuur is het leven na de winter weer opgestaan. De planten groeien weer, de bomen en struiken krijgen weer blad en bloeien weer. Vogels en dieren krijgen weer jongen.
En in die stroom van leven voelen we ons opgenomen en worden wij uitgenodigd om op te staan.
Want soms beleven ook wij in ons leven dat we het gevoel hebben innerlijk niet verder te kunnen. Het leven voelt te zwaar, te zwart. Er lijkt geen leven meer. Het voelt als een tocht door de woestijn. Dorre gebieden. De dood is nabij. Depressieve gevoelens drukken ons neer.
Uiterlijk mag de natuur weer tot leven komen, maar op weg door de innerlijke woestijn slepen we ons voort. Mensen zijn niet zo ingeschakeld in de natuurlijke gang van de aarde en de hemel, dat wij iedere winter depressief zijn en ieder voorjaar weer opstaan. Maar ook wij beleven meestal de ervaring dat er opstanding is na zo'n zware, zwarte woestijntijd. Dat het leven weer lijkt door te breken. Dat we weer leven voelen, weer toekomst zien.
Zulke paasbelevingen geven de kracht om door te gaan ook als het soms moeilijk is in ons leven. Dan ervaren we dat het leven de dood overwint. Dat ook een moeilijke situatie kan veranderen, dat er pasen is na de tijd van dood en de tijd van stille rouw om het verlies.
Als beeld uit de natuur zal Bert nu een uitgedroogde woestijnplant water geven.
En we zingen ons moed in: Soms breekt uw licht in mensen door...
daarbij staan we één voor één op.

Overweging

In de afgelopen 40 dagen hebben we ons bezig gehouden met de zaligsprekingen. Leo zei in de eerste viering van die serie dat je zalig ook kan vertalen met 'gezegend' of met 'op de goede weg':
Op de goede weg die arm van geest zijn; die verdriet hebben; die zachtmoedig zijn;
op de goede weg die barmhartig zijn; die zuiver van hart zijn; die vrede brengen;
Op de goede weg ook die hongeren en dorsten naar gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden staat er in het evangelie.
Hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Dat is niet niets. Dat is niet af en toe een brief voor Amnesty schrijven, zoals ik doe. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar het gaat hier over veel meer. Hongeren en dorsten naar gerechtigheid betekent dat je snakt naar gerechtigheid, dat het je leven beheerst en bepaalt. Dat je niet kan leven zolang het recht van de sterkste heerst, zolang minachting voor anderen, discriminatie, martelen, doden - noem het maar op - steeds maar doorgaan. Wie hongert en dorst naar gerechtigheid kan niet werkeloos blijven. Hij of zij staat op, komt in actie, gaat op weg. Zo iemand is op de goede weg, zegt Jezus, die zal verzadigd worden.

Verzadigd worden wil zeggen dat het verlangen naar recht vervuld wordt. Is dat niet een boude uitspraak? De wereld wordt er door de bank genomen toch niet beter op?
Ja dat is een boude uitspraak. Het is dan ook geen juridische garantie. Maar het is Jezus' hoop en stellige verwachting. Wie hongert en dorst naar gerechtigheid, zal dat verlangen vervuld zien, dat kan niet anders.
Jezus heeft de goede weg gepredikt en geleefd. En door de eeuwen heen hebben velen met hem geprobeerd die weg te gaan.
Die weg is confronterend. Je komt er niet alleen jezelf tegen, maar bovenal mensen die geen afstand willen doen van macht, aanzien, bezit.
Daarom werd Martin Luther King vermoord; daarom werd Nelson Amandela meer dan een kwart eeuw lang gevangen gehouden, daarom kreeg Aung San Suu Kyi langdurig huisarrest.
Ook de machthebbers in Jezus tijd vonden zijn boodschap van de goede weg confronterend; zó confronterend dat zij besloten Jezus uit de weg te ruimen. En zij rustten niet totdat hun doel was bereikt, totdat hij was veroordeeld, gekruisigd, gestorven en begraven. Met voor de zekerheid een wacht voor het graf.

Het zag ernaar uit dat dat het einde was. Zijn volgelingen hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen, maar nu was alles voorbij.
En toen werd het Pasen; bij donderslag vertelt Matteus:
Toen de beide Maria's naar het graf kwamen daalde onder donder en bliksem een boodschapper (engel) af, om de blijde boodschap (het evangelie) te vertellen: Jezus was opgestaan uit de dood.
Die boodschap was niet te verteren voor de machthebbers, vertelt Matteus. Dat mocht niet bekend worden. Daarom kochten ze de wachters om; die moesten verklaren dat Jezus' lichaam was geroofd.

In de Ekklesia Den Haag zijn mensen - en ik behoor tot hen - die dat ongelofelijke verhaal niet letterlijk interpreteren. Jezus is - volgens hen, volgens mij - niet als mens weer levend geworden.
Maar de kern van wat Jezus was, zijn weg, de goede weg is levend gebleven en zal altijd blijven wijzen in de richting waarin mensen hebben te gaan, zolang mensen bereid zijn die weg te gaan. En zijn geest zal ons daartoe inspireren.
Vaak lijkt het alsof de wereld één en al ellende is; waar iedereen alleen voor zijn eigen recht opkomt; waar alleen de rijken en machtigen in aanzien staan en de armen niet gezien worden.
Maar de goede weg loopt niet dood. Zelfs de dood is niet het einde. Wie zich bij de feiten neerlegt kiest voor de dood.
Maar wie denken durft dat deze droom van recht aan de rechtelozen het houdt, wie opstaat om die droom waar te maken, die zal leven. Die weet wat Pasen is.
Zalig Pasen zeggen we tegen elkaar; dat is: Opstaan, op de goede weg. En wie hongert en dorst naar gerechtigheid zal verzadigd worden.

In de jaarprogramma van de Ekklesia wordt deze viering als volgt omschreven: Op 17 oktober was het wereldarmoededag. Op die dag lieten miljoenen mensen via de internetsite Hyves hun stem horen tegen armoede onder het motto "Ik sta op tegen armoede".
We herinneren ons nog, hoe inmiddels al weer twee jaar geleden, onder aanvoering van de monniken duizenden mensen in opstand kwamen tegen het militaire regime in Myanmar en recenter, hoe duizenden mensen het vliegveld van Bangkok bezet hielden om de corrupte regering van Thailand tot aftreden te dwingen.
Met de opstand(ing) van Jezus uit de dood laat God zien, dat hij /zij een rechtvaardigere wereld wil. Aan ons de taak om daar het "godsonmogelijke" aan bij te dragen.

In het evangelie staat ook het verhaal van de Emmaüsgangers. Een verhaal over twee mensen die aanvankelijk niet konden geloven in de opstanding. Die dachten dat het definitief afgelopen was. Tot iemand hun de ogen opende.
Een heel herkenbaar verhaal, soms zie je door je tranen niet dat de weg verder loopt; dan moet iemand je weer op weg helpen.

Dorothée Sölle heeft over die Emmaüsgangers een prachtig gedicht geschreven:

We zijn al zo lang op weg
weg van de stad van onze hoop
naar een dorp
waar het beter moet zijn.

Geloofden we niet
dat we de angst konden overwinnen
de angst van de oude tariefarbeidster
om ziek verklaard te worden
de angst van het Turkse meisje
om uitgewezen te worden
de angst van de opgejaagde zieke
om opgenomen te worden voor altijd.

We zijn al zo lang op weg
dezelfde de verkeerde kant op
weg van de stad van onze hoop
naar het dorp waar water moet zijn.

Dachten we niet
dat we vrij waren
en bevrijden konden
al die stakkers,
het arbeiderskind
dat blijft zitten en straf krijgt
de jongen op zijn brommer
veroordeeld tot het verkeerde werk
een leven lang
de man die doof en stom is
in het verkeerde land
op het verkeerde moment
stom gemaakt door het werk
voor brood alleen een leven lang.

Wij waren al zo lang op weg
dezelfde de verkeerde kant op
weg van de stad van de hoop
die daar nog begraven ligt.

Toen ontmoetten we iemand
Die zijn brood met ons deelde
Die het nieuwe water toonde
Hier in de stad van onze hoop

Ik ben het water
Jij bent het water
hij is het water
zij is het water.

Toen keerden wij om en gingen
naar de stad van de begraven hoop
op naar Jeruzalem.
Die met het water gaat mee
die met het brood gaat mee
wij zullen het water vinden.
wij zullen het water zijn

Ik ben het water des levens
jij bent het water des levens
wij zijn het water des levens
gij zijt het water des levens
wij zullen het water vinden
wij zullen het water zijn.