V i e r i n g e n        rooster   vieringen   soorten   liederen   breken en delen   teksten 

18 maart 2007 / Individu en Gemeenschap - 4e viering

Inleiding

Vandaag de vierde viering in de tijd naar Pasen toe. In de christelijke traditie een tijd van meeleven met de weg die Jezus ging door zijn leven naar zijn dood aan het kruis en de opstanding uit de dood met Pasen. Maar de christelijke traditie, de traditionele leer is voor ons geen houvast meer. Er zijn meer vragen dan zekerheden. Er is geen autoriteit meer waar we ons aan willen vasthouden. Wij zijn autonoom individu geworden en hebben onze eigen opvattingen. Maar als dat zo is, hoe zijn we dan gemeenschap?

Deze vieringen hebben als titel Individu en Gemeenschap. De 1e viering binnen deze reeks had als thema “Het Individu”. De voorbereidingsgroep had dit netje met paaseieren meegebracht. Ieder paaseitje is een autonoom individu. Allemaal zijn we zelf een ei. We passen ons niet aan aan een ander, maar we houden onze eigen vorm vast. En wat is dan de gemeenschap? Is dat slechts het netje waar we samen in zitten? Wat moet de wereld toch met al die individuen?

Het thema van tweede viering was “In gesprek met je naaste”. Om dit thema te symboliseren had de voorbereidingsgroep dit slot met sleutel meegebracht. Een slot en een sleuteltje. Met elk afzonderlijk kun je niets. Het werkt pas, als je ze samenbrengt. Zo word je als individueel mens pas echt mens in relatie tot, in gesprek met je naaste.

De derde viering ging over de Ekklesia. Het symbool was de rits. De Ekklesia is de gemeenschap en wij zijn de individuen waaruit de gemeenschap Ekklesia bestaat. In termen van de rits. Wij zijn de schakels van de rits; de schakels die in elkaar grijpen, maar die elkaar ook kunnen loslaten als de rits open gaat. Hoe sterk zijn onze schakels? Kunnen wij elkaar vasthouden en een sterke band vormen of is onze band niet sterk genoeg.

Deze viering, de vierde en laatste van de serie gaat over de wereldgemeenschap, een gemeenschap die steeds minder gemeenschap is. Iedereen moet zijn eigen geluk maar nastreven, waarbij geluk dan vooral als rijkdom wordt gezien. En verder? Ieder voor zich en God voor ons allen zegt het spreekwoord cynisch. Wat doen wij als individuen in een wereld van ieder voor zich, waar weinig oog is voor de armen en waar de natuur wordt uitgebuit en vernietigd?

We hebben vandaag gekozen voor een symbool uit de natuur, de roos. De individuele roos maakt deel uit van de rozenstruik, de gemeenschap. En hoewel de rozen aan de struik op elkaar lijken is elke individuele roos weer anders. Los van de struik houdt een roos het niet lang uit, hij bloeit nog even, en gaat dan dood. Eigenlijk jammer dat deze roos niet meer aan de struik vast zit, dus. En in de natuur komen de bijen op de nectar af en verspreiden zo het stuifmeel, zodat er na een tijd overal nieuwe rozenstruiken opkomen – als wij die laten leven tenminste.

Naar boven

Schriftlezing: Lukas 18: 18-27

Lezing uit: ‘De Bovenbazen’

Waar vind je een goede inleiding over de economie, vroegen we ons bij de voorbereiding af. En na enig zoekwerk hebben we er een gevonden uit een verrassende hoek: de strip 'De Bovenbazen' van Marten Toonder. Graag had ik hier de hele strip voorgelezen, want hij is ongelofelijk leuk en zeer passend bij het thema van vandaag, maar ik zal me beperken tot twee korte fragmenten.

Het is in de wereld ongelijk verdeeld; sommige lieden hebben niets en anderen hebben alles. Wanneer men niets heeft, is het mogelijk om meer te krijgen – voor dat soort is het leven eigenlijk een pretje. Maar iemand die alles heeft, is nooit meer blij wanneer hij wat ontvangt. In plaats daarvan moet hij altijd bang zijn dat hij iets verliest, want dat is de enige mogelijkheid die voor hem overblijft. Zulke stakkerds leiden een kommervol bestaan, gevuld met zorgen en kwalen – en het wordt tijd, dat hun stille strijd eindelijk eens onverbloemd in het daglicht wordt gebracht.

Dit is de geschiedenis van de Bovenbazen, ook wel de bovenste tien genoemd. Om sterker te staan tegenover de hebzuchtige wereld wonen ze in groepsverband in de Gouden bergen, omringd door voetangels, klemmen en schrikdraad. Daar leiden ze een grauw en vreugdeloos leven, dat ze spannend proberen te maken door hun bezittingen steeds opnieuw onder elkaar te ruilen. Zo kan men hier twee van het groepje in gemaakte joligheid aantreffen; Amos W. Steinhacker, die de olie en vijfnegende van de ritssluitingen bezit en Nahum Grind van de motoren.

Door een toeval, dat er hier verder niet toe doet, kreeg heer Bommel zóveel geld dat hij tot de bovenbazen ging behoren. Dat betekende dat hij daar veel voor moest leren. Amos Steinhacker begon dan ook met een kleine cursus economie voor bovenbazen.

Wanneer geld een kritische massa overschrijdt, dan gaat het geld aantrekken. Deze fusie nu moet geleid worden, anders krijgt men ongelukken. Onze groep moet geïsoleerd werken om onze greep te kunnen bundelen. Dat is heel moeilijk en daarom moet je je aan de voorschriften houden! “Voorschriften?”, vroeg heer Ollie opschrikkend. Juist, bevestigde Steinhacker. Geef nooit geld weg. Zeg altijd dat je zóveel verplichtingen hebt, dat er niets af kan. Werk slijtage in de hand, want dat bevordert de produktie. Bevorder verveling; dat schept behoefte aan nieuwe dingen. Roei de natuur uit, want de natuur is onze grootste vijand. Die vernieuwt zichzelf, voel je wel? En dat soort dingen meer….

Naar boven

Overweging: Individu en gemeenschap in maatschappelijk perspectief.

Vorige week hield Einar een indrukwekkende overweging over individiu en gemeenschap in het kader van de Ekklesia. Nu wil ik het hebben over individu en gemeenschap in het kader van de wereld waarin we leven.
Tot welke gemeenschappen wil ik behoren?

· bij wie kennis hebben
· bij wie geld hebben
· bij wie macht/invloed hebben.
maar misschien nog meer wil ik horen:
· bij wie liefhebben
· bij wie zorg hebben
· bij wie toekomst hebben
· bij wie wijsheid hebben
Mensen met een visioen, want zonder visioen verwildert het volk, zoals Dorothee Solle in haar boek uit 1986 (enigszins gedateerd inmiddels) Spreuken na zei.

We lazen de ons zo bekende tekst: het is eerder dat een kameel gaat door het oog van de naald, dan dat een rijke ingaat in het Koninkrijk. Het “oog van de naald” is het kleinste poortje in de stadsmuur van Jeruzalem, slechts een doorgang voor voetgangers, meestal onbelast, meestal arm. Rijken lopen niet, zij zitten op een kameel, en die gaat niet/nauwelijks door dat kleine poortje.
De context van onze tekstlezing is de overste:
“Wat moet ik doen om het leven van de komende eeuw te bereiken? “ De geboden kent hij en onderhoudt hij, dus steekt Jezus een spa dieper in zijn leven, hij doorziet wat hem echt in de weg zit, zijn bezit.: verkoop wat je hebt, geef het weg en volg mij. Dwz: richt je op het zijn in plaats van op het hebben.”
In de roos, Jezus, maar uiterst confronterend voor deze overste. (Er wordt overigens niet verteld of hij de raad van Jezus niet (later) toch heeft opgevolgd). De rijke past niet door het oog van de naald, omdat hij te bepakt en bezakt is, maar als al die spullen worden losgelaten en je bereid bent soms te voet door nauwe poortjes te gaan en je daarna weer te beladen met wat nuttig voor je is, is het OK. Het gaat denk ik om de vrijheid: je spullen afladen, weer opladen, dat je kiest te voet te gaan of op een kameel, met de auto of op de fiets, zonder dat je in de wetmatigheid terecht komt. Het verhaal draait om: kijk naar wat je in de weg zit om echt te kunnen leven. Jezus doorziet bij deze overste dat zijn bezit hem definieert. Dat is de wet van de economie die bepaalt dat je bent wat je hebt. Daarmee werkt de economie ook gemeenschap- ontbindend: ieder individu staat op zichzelf, wordt beoordeeld op zijn eigen prestaties om te “slagen” (= bezit te vergaren). Wat kan in zo’n systeem anders de gemeenschapsvorm bepalen dan het al of niet hebben van bezit? Kijk naar de bovenbazen: zij verschansen zich met elkaar in de “gouden bergen” en grendelen hun territorium af met voetangels, klemmen en schrikdraad.

Door een toeval heeft heer Bommel ook zoveel geld dat hij ‘tot de bovenbazen gaat behoren’. En hij krijgt cursus economie voor bovenbazen:

Geef nooit geld weg. Zeg altijd dat je zóveel verplichtingen hebt, dat er niets af kan. Werk slijtage in de hand, want dat bevordert de produktie. Bevorder verveling; dat schept behoefte aan nieuwe dingen. Roei de natuur uit, want de natuur is onze grootste vijand.
De economie kan niet omgaan met de overvloed van de natuur. In de natuur bestaat namelijk helmaal geen rijkdom en armoede, alleen schaarste die leidt tot overvloed van wat gedijt. : De natuur vernieuwt zichzelf en is daarmee de grootste bedreiging voor de markt- economie, dat hebben de bovenbazen goed gezien.

Door mijn werk ben ik op het spoor gekomen van diverse wetenschappers die de natuur niet zien als economische vijand, maar als leermeester voor de menselijke samenleving. Zij inspireren me heel wat meer dan de Bovenbazen, want ze rekenen geheel af met de belemmerende gedachten over rijkdom die niet mag en armoede die misschien zelfs moreel beter zou zijn, zoals ik nog wel in mijn opvoeding en maatschappij-analyse heb meegekregen. Juist ons denken in schaarste, economisch maar ook qua fysieke beschikbaarheid van voedsel, energie, grondstoffen etc. belemmeren ons uit die cirkel-redenering te stappen. Door er ook nog een morele waarde aan toe te voegen dat rijkdom slecht en armoede goed is, raken we eigenlijk steeds verder weg van een oplossing voor allen en voor ene gemeenschappelijke toekomst.

Denkend van uit de wereld als een gemeenschap, met ons mensen als een van de daarin levende soorten naast al die andere met wie we een gemeenschap samen vormen, kun je alleen maar heel blij worden als je bedenkt hoe overvloedig, rijk en vrijgevig de natuur is. Er bestaat in de natuur helemaal geen schaarste, noch aan energie, noch aan voedsel of water. Het systeem vernieuwt, verrijkt en voedt zichzelf. Elk deel draagt bij aan die verrijking. Hoe wonderlijk dat wij ons als mensen allemaal opdelen in groepjes, afgescheiden van de anderen, van de rest van de natuur en onszelf soms zelfs geheel alleen opsluiten, alsof we aan onszelf genoeg zouden kunnen hebben en ook maar seconde zouden kunnen leven zonder al die levenbrengende systemen om ons heen.

Janine Benyus verklaart dit door te stellen dat we nog maar peuters zijn in de leerschool van de natuur. We stampen als onhandige klunzen rond en vernielen van alles met onze grove aanpak. De verfijning moet nog komen met de verdere ontwikkeling van de mensheid zodat we kundig worden in levende, rijkdom creërende systemen zoals de natuur al miljoenen jaren kent. Laat ons leren van de leerschool van de natuur en ons openstellen voor die grote gemeenschap waar we allemaal deel van uitmaken, welke mening, visie, cultuur of godsdienst we ook hebben.

We kunnen leren van:
Bill Molllison, ontwerper van de permanent agriculture, gebaseerd op de wetten van het tropisch regenwoud, ’ s werekld duurzaamste systeem dat al 400 miljoen jaar leeft, rijker en diverser wordt en zichzelf in stand houdt. Of Janine Benyus, biologe die aanspoort de productieprocessen van de natuur te imiteren : de natuur ‘verbouwt’ voornamelijk voedingsstoffen met vaste platen/struiken en bomen. Of Michael Braungart, een Duitse chemicus die een pleidooi voert om de industriële productie te baseren op de wetten van de natuur die uitblinken door effectiviteit (liever dan efficiency, wat altijd neigt naar zuinig zijn met). In de natuur bestaat bv geen afval: alles wordt opnieuw tot voeding, van de wieg tot de wieg- produceren is een heel ander principe dan van de wieg tot het graf!!

Ons afschermen in onze individualiteit kan heerlijk zijn om tot rust te komen, even los te komen van al die onrustige impulsen om ons heen, maar onszelf definiëren als individuen los van de gemeenschap levert uiteindelijk alleen brokken op: voor onszelf en voor wie en wat ons omringt. Herschep ons hart, heradem ons verstand…

Naar boven